TUCHTBESLISSING - BEWIJS - MOTIVERINGSPLICHT
In deze zaak bevestigt de beroepscommissie een beslissing van de klachtencommissie. Deze laatste had de initiële klacht gegrond verklaard. Het beroep, ingediend door het inrichtingshoofd van de penitentiaire instelling, werd dus ongegrond verklaard.
Het ging om een tuchtbeslissing die werd genomen ten aanzien van twee gedetineerden die een cel deelden. De toilet van de cel was verstopt geraakt door grote stukken etensresten die in plastiek gewikkeld waren. Gezien geen van beiden aanvankelijk schuld bekende, besloot het inrichtingshoofd om aan beide celgenoten een tuchtstraf op te leggen. In de klachtenformulieren die door de medegedetineerden werden ingediend, bekent één van beiden schuld. De klager in dit dossier is degene die de schuld bekende.
De klachtencommissie had geoordeeld dat de directie onvoldoende gemotiveerd had waarom de beslissing aan de klager toegerekend werd, gelet op het feit dat de feiten plaatsvonden op een meerpersoonscel. Met het feit dat één van de gedetineerden later schuld bekent moet geen rekening worden gehouden, gezien de beoordeling van de rechtmatigheid van de tuchtbeslissing moet gebeuren aan de hand van de elementen waarover de directie beschikte ten tijde van de bestreden beslissing. Het inrichtingshoofd betoogt in haar beroepschrift nog dat één van de twee medegedetineerden ter hoorzitting schuld bekende, maar dan nog is het niet duidelijk over wie van de twee het zou gaan.
De beroepscommissie benadrukt op haar beurt het vermoeden van onschuld inzake tuchtbeslissingen, vastgelegd in artikel 144, §6 van de Basiswet. Hoewel de directie over een discretionaire bevoegheid beschikt wat betreft het bewezen achten van bepaalde feiten, moet zij wel dat bewijs aanleveren. Een tuchtbeslissing in hoofde van meerdere gedetineerden is mogelijk, maar dan moet het inrichtingshoofd wel motiveren waarom ze daar voor kiest. Gezien dit in casu niet gebeurde, verklaart de beroepscommisie het beroep ongegrond wegens de strijdigheid van de tuchtbeslissing met de motiveringsplicht. Zij bevestigt daarmee de beslissing van de klachtencommissie.
In deze zaak bevestigt de beroepscommissie een beslissing van de klachtencommissie. Deze laatste had de initiële klacht gegrond verklaard. Het beroep, ingediend door het inrichtingshoofd van de penitentiaire instelling, werd dus ongegrond verklaard.
Het ging om een tuchtbeslissing die werd genomen ten aanzien van twee gedetineerden die een cel deelden. De toilet van de cel was verstopt geraakt door grote stukken etensresten die in plastiek gewikkeld waren. Gezien geen van beiden aanvankelijk schuld bekende, besloot het inrichtingshoofd om aan beide celgenoten een tuchtstraf op te leggen. In de klachtenformulieren die door de medegedetineerden werden ingediend, bekent één van beiden schuld. De klager in dit dossier is degene die de schuld bekende.
De klachtencommissie had geoordeeld dat de directie onvoldoende gemotiveerd had waarom de beslissing aan de klager toegerekend werd, gelet op het feit dat de feiten plaatsvonden op een meerpersoonscel. Met het feit dat één van de gedetineerden later schuld bekent moet geen rekening worden gehouden, gezien de beoordeling van de rechtmatigheid van de tuchtbeslissing moet gebeuren aan de hand van de elementen waarover de directie beschikte ten tijde van de bestreden beslissing. Het inrichtingshoofd betoogt in haar beroepschrift nog dat één van de twee medegedetineerden ter hoorzitting schuld bekende, maar dan nog is het niet duidelijk over wie van de twee het zou gaan.
De beroepscommissie benadrukt op haar beurt het vermoeden van onschuld inzake tuchtbeslissingen, vastgelegd in artikel 144, §6 van de Basiswet. Hoewel de directie over een discretionaire bevoegheid beschikt wat betreft het bewezen achten van bepaalde feiten, moet zij wel dat bewijs aanleveren. Een tuchtbeslissing in hoofde van meerdere gedetineerden is mogelijk, maar dan moet het inrichtingshoofd wel motiveren waarom ze daar voor kiest. Gezien dit in casu niet gebeurde, verklaart de beroepscommisie het beroep ongegrond wegens de strijdigheid van de tuchtbeslissing met de motiveringsplicht. Zij bevestigt daarmee de beslissing van de klachtencommissie.