OVERPLAATSING
De beslissing van de Directie Detentiebeheer (DDB) motiveert afdoende dat een definitieve overplaatsing van de beroepsindiener naar de gevangenis van Brugge of Oudenaarde wegens de aanzienlijke overbevolking in deze gevangenissen niet mogelijk is. De beslissing van DDB motiveert eveneens afdoende dat er op dit ogenblik geen reële mogelijkheid bestaat voor een bezoektransfer naar de gevangenis van Brugge. De directeur-generaal heeft in dit verband, voortgaande op de opmerkingen van de beroepsindiener over een mededeling van de directie van de gevangenis van Brugge dat een ‘ruiltransfer’ mogelijk was, deze directie over de ‘ruiltransfer’ bevraagd en dezelfde onmogelijkheid vastgesteld.
Dit ontslaat de penitentiaire administratie er niet van zelf actief en zorgvuldig erop toe te zien of in de nabije toekomst voor de beroepsindiener niet de mogelijkheid ontstaat van een tijdelijke overplaatsing naar de gevangenis van Brugge.
De loutere vaststelling dat de gevangenis van Brugge overbevolkt is, volstaat immers op zichzelf niet om elke overplaatsing, al dan niet tijdelijk, naar deze gevangenis uit te sluiten. De penitentiaire administratie moet immers erover waken dat bij het bepalen van welke definitief veroordeelden kunnen worden geplaatst in een overbevolkte gevangenis, rekening wordt gehouden met de urgentie of ernst van het belang dat elk van deze definitief veroordeelden bij een plaatsing in die gevangenis kan laten gelden. Uit het advies van de gevangenis van Wortel en de gegevens over de gezondheidstoestand van de moeder van de beroepsindiener blijkt in elk geval de legitimiteit en de urgentie van het verzoek van de beroepsindiener waarmee bij de beoordeling van een volgend verzoek tot overplaatsing, al dan niet tijdelijk, terdege rekening zal moeten worden gehouden.
De beslissing van de Directie Detentiebeheer (DDB) motiveert afdoende dat een definitieve overplaatsing van de beroepsindiener naar de gevangenis van Brugge of Oudenaarde wegens de aanzienlijke overbevolking in deze gevangenissen niet mogelijk is. De beslissing van DDB motiveert eveneens afdoende dat er op dit ogenblik geen reële mogelijkheid bestaat voor een bezoektransfer naar de gevangenis van Brugge. De directeur-generaal heeft in dit verband, voortgaande op de opmerkingen van de beroepsindiener over een mededeling van de directie van de gevangenis van Brugge dat een ‘ruiltransfer’ mogelijk was, deze directie over de ‘ruiltransfer’ bevraagd en dezelfde onmogelijkheid vastgesteld.
Dit ontslaat de penitentiaire administratie er niet van zelf actief en zorgvuldig erop toe te zien of in de nabije toekomst voor de beroepsindiener niet de mogelijkheid ontstaat van een tijdelijke overplaatsing naar de gevangenis van Brugge.
De loutere vaststelling dat de gevangenis van Brugge overbevolkt is, volstaat immers op zichzelf niet om elke overplaatsing, al dan niet tijdelijk, naar deze gevangenis uit te sluiten. De penitentiaire administratie moet immers erover waken dat bij het bepalen van welke definitief veroordeelden kunnen worden geplaatst in een overbevolkte gevangenis, rekening wordt gehouden met de urgentie of ernst van het belang dat elk van deze definitief veroordeelden bij een plaatsing in die gevangenis kan laten gelden. Uit het advies van de gevangenis van Wortel en de gegevens over de gezondheidstoestand van de moeder van de beroepsindiener blijkt in elk geval de legitimiteit en de urgentie van het verzoek van de beroepsindiener waarmee bij de beoordeling van een volgend verzoek tot overplaatsing, al dan niet tijdelijk, terdege rekening zal moeten worden gehouden.