Ga verder naar de inhoud

BC/22-0288

Non fondée Beroepscommissie Commission d'Appel Mesure d'ordre
TUCHT - ORDEMAATREGEL - ONTSLAG - MOTIVERING

In dit dossier tekent het inrichtingshoofd beroep aan tegen de beslissing van de klachtencommissie. De bestreden beslissing houdt in dat een uitgesproken tuchtstraf wordt gemilderd en dat twee bijkomende ordemaatregelen worden vernietigd. Het beroep van het inrichtingshoofd is uitsluitend gericht tegen de vernietiging van de twee ordemaatregelen. De beroepscommissie verklaart het beroep ontvankelijk, doch ongegrond. De beslissing van de klachtencommissie blijft hierdoor overeind.

Naar aanleiding van een uit de hand gelopen ruzie tijdens het open regime, werden tegen de klager een tuchtbeslissing en twee ordemaatregelen uitgesproken. In die uitspraak houdt de directie rekening met een RAD van het interventieteam. Hierin wordt melding gemaakt van agressief gedrag van de klager jegens een medegedetineerde, alsook van het negeren van orders van het personeel om de plaats van het conflict te verlaten. De tuchtbeslissing bestaat uit 21 dagen ATV. De ordemaatregelen betreffen zowel een mutatie van het open regime naar het gesloten regime als een ontslag uit de functie van keukenwerker.

De klachtencommissie milderde de tuchtbeslissing van 21 dagen naar 7 dagen. Hierin werd door het inrichtingshoofd berust. Daarnaast vernietigde de klachtencommissie de tweeledige ordemaatregel, voornamelijk vanuit de optiek dat de klager beweerde slechts in een bestaande ruzie tussenbeide te komen.

De beroepscommissie benadrukt vooreerst dat de klachtencommissie onterecht doorslaggevend belang hechtte aan de intenties van de klager. Het is volgens de beroepscommissie aan het personeel om in een ruzie tussen gedetineerden tussenbeide te komen. Bovendien is het voor de interne orde noodzakelijk dat gedetineerden de orders van het personeel gehoorzamen.
Het voorgaande betekent echter niet dat de beroepscommissie het oneens is met de beslissing van de klachtencommissie om de ordemaatregelen te vernietigen. De beroepscommissie baseert zich gewoonweg op een andere redenering. Zo zouden de ordemaatregelen louter gestoeld zijn op hetzelfde RAD dat aan de grond van de tuchtbeslissing ligt. Ook elementen die aan bod kwamen in de tuchthoorzitting maken deel uit van de motivering van de ordemaatregelen. Hierdoor komen deze ordemaatregelen volgens de beroepscommissie voor als verdoken tuchtmaatregelen. Daarbovenop oordeelt de beroepscommissie dat het uitspreken van de beslissing tot afzetting van werk, alvorens de tuchtmaatregel verstreken is, onder meer een omzeiling inhoudt van het cumulverbod. Om die redenen verklaart de beroepscommissie het beroep ongegrond, en bevestigt ze de beslissing van de klachtencommissie.