BC/22-0268
Fondée
Beroepscommissie
Commission d'Appel
Régime de sécurité particulier individuel
INDIVIDUEEL BIJZONDER VEILIGHEIDSREGIME - MEDISCH ADVIES
Uit het voorgelegde medisch advies blijkt niet dat de arts een advies heeft gegeven over de verenigbaarheid van de nadere regels van het voorgestelde IBVR met de gezondheidstoestand van de gedetineerde, zoals artikel 118 §2, derde lid, van de Basiswet vereist.
Gelet op de bijzondere veiligheidsmaatregelen die opgelegd waren aan beroepsindiener voorafgaandelijk aan het IBVR en die nog golden op het moment van het opstellen van het medisch advies, laten de bewoordingen “na kennisname van de bijzondere maatregel” niet toe te besluiten dat de arts kennis heeft genomen van de ‘nadere regels van het voorgestelde regime’ en waarvan hij de verenigbaarheid met de gezondheidstoestand van de gedetineerde moest nagaan. Een kennisname van de bijzondere veiligheidsmaatregel die van toepassing was op het ogenblik van het opstellen van het medisch advies zou in elk geval niet volstaan hebben omdat de maatregelen die het voorgestelde IBVR bevat, omvattender zijn dan de maatregelen die in de bijzondere veiligheidsmaatregel waren bepaald.
Ten tweede besluit de arts besluit tot de afwezigheid van medische contra-indicaties “tegen een individuele bijzondere veiligheidsmaatregel”. Deze bewoordingen laten andermaal niet de conclusie toe dat de arts kennis heeft genomen van de ‘nadere regels van het voorgestelde regime’ en waarvan hij de verenigbaarheid met de gezondheidstoestand van de gedetineerde moet nagaan. Door zijn algemene bewoordingen heeft het medisch advies betrekking op eender welk ‘speciaal’ regime dat aan beroepsindiener zou kunnen worden opgelegd, los van de nadere modaliteiten van het concreet voorgestelde IBVR.
Tot slot herinnert de beroepscommissie eraan dat een medisch advies zich niet mag beperken tot een stijlformule, maar dat het geïndividualiseerd en omstandig moet zijn, gelet op de ingrijpende aard van een IBVR.
Het beroep is gegrond: de beslissing tot plaatsing in een IBVR wordt vernietigd.
Uit het voorgelegde medisch advies blijkt niet dat de arts een advies heeft gegeven over de verenigbaarheid van de nadere regels van het voorgestelde IBVR met de gezondheidstoestand van de gedetineerde, zoals artikel 118 §2, derde lid, van de Basiswet vereist.
Gelet op de bijzondere veiligheidsmaatregelen die opgelegd waren aan beroepsindiener voorafgaandelijk aan het IBVR en die nog golden op het moment van het opstellen van het medisch advies, laten de bewoordingen “na kennisname van de bijzondere maatregel” niet toe te besluiten dat de arts kennis heeft genomen van de ‘nadere regels van het voorgestelde regime’ en waarvan hij de verenigbaarheid met de gezondheidstoestand van de gedetineerde moest nagaan. Een kennisname van de bijzondere veiligheidsmaatregel die van toepassing was op het ogenblik van het opstellen van het medisch advies zou in elk geval niet volstaan hebben omdat de maatregelen die het voorgestelde IBVR bevat, omvattender zijn dan de maatregelen die in de bijzondere veiligheidsmaatregel waren bepaald.
Ten tweede besluit de arts besluit tot de afwezigheid van medische contra-indicaties “tegen een individuele bijzondere veiligheidsmaatregel”. Deze bewoordingen laten andermaal niet de conclusie toe dat de arts kennis heeft genomen van de ‘nadere regels van het voorgestelde regime’ en waarvan hij de verenigbaarheid met de gezondheidstoestand van de gedetineerde moet nagaan. Door zijn algemene bewoordingen heeft het medisch advies betrekking op eender welk ‘speciaal’ regime dat aan beroepsindiener zou kunnen worden opgelegd, los van de nadere modaliteiten van het concreet voorgestelde IBVR.
Tot slot herinnert de beroepscommissie eraan dat een medisch advies zich niet mag beperken tot een stijlformule, maar dat het geïndividualiseerd en omstandig moet zijn, gelet op de ingrijpende aard van een IBVR.
Het beroep is gegrond: de beslissing tot plaatsing in een IBVR wordt vernietigd.