Ga verder naar de inhoud

BC/22-0265

Non fondée Beroepscommissie Commission d'Appel Autre décision directeur
OVERBEVOLKING - ART. 3 EVRM


De beroepscommissie heeft het beroep van het inrichtingshoofd van de gevangenis van Gent tegen de beslissing van de klachtencommissie van Gent van 28 oktober 2022 ontvankelijk, maar ongegrond verklaard.

Wat betreft de ontvankelijkheid van de oorspronkelijke klacht, stelde het inrichtingshoofd dat de klachtencommissie de klacht onterecht ontvankelijk had verklaard, omdat de directie geen beslissingsbevoegdheid had over de celtoewijzing vanwege de detentiegarantie. De beroepscommissie volgt dat standpunt niet en benadrukt dat de gevangenisdirecteur verantwoordelijk blijft voor de celtoewijzing en de correcte uitvoering van de detentiegarantie. De beroepscommissie concludeerde dat de oorspronkelijke klacht terecht ontvankelijk was verklaard, omdat het niet correct uitvoeren van de detentiegarantie een beslissing of minstens een verzuim van beslissing inhield.

Wat betreft de grond van de klacht, stelde de beroepscommissie vast dat de detentieomstandigheden van de klager niet voldeden aan nationale en internationale standaarden, zoals bepaald door het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) en het Comité ter Preventie van Foltering (CPT). De klager verbleef als derde persoon in een duocel met een totale oppervlakte van 9m², moest op de grond slapen, en werd blootgesteld aan passief roken. Deze omstandigheden vormden een schending van artikel 3 van het EVRM.

De beroepscommissie kende geen tegemoetkoming toe, omdat klager zich niet langer in de gevangenis bevond.