BC/22-0258
Fondée
Beroepscommissie
Commission d'Appel
Régime de sécurité particulier individuel
INDIVIDUEEL BIJZONDER VEILIGHEIDSREGIME
Uit artikel118, §2, derde lid, en §7, derde lid, van de basiswet volgt dat iedere maatregel van het voorstel van de directie op de gezondheidstoestand van de gedetineerde moet worden afgestemd. Dat moet blijken uit het medisch verslag. Een algemeen advies over het geheel van de maatregelen is bijgevolg niet voldoende. Uit het verslag valt niet af te leiden of de betrokken arts kennis had van alle nadere regels uit het voorstel tot IBVR en of hij deze allemaal heeft kunnen toetsen aan de gezondheidstoestand van de gedetineerde. Zo spreekt de arts zich niet uit over het ontnemen of onthouden van scherpe voorwerpen, het verplicht verblijf in de aan de gedetineerde toegewezen verblijfsruimte en de onderbrenging in de beveiligde cel. Het verslag is niet geïndividualiseerd. Men stelt slechts in algemene bewoordingen dat er geen contra-indicaties zijn voor het verlengen van bepaalde maatregelen. Om die redenen is het psychomedisch verslag niet afdoende en voldoet het niet aan de wettelijke vereisten. De maatregel van het verblijf in de aan hem toegewezen cel en de onderbrenging in een veiligheidscel zijn bovendien niet opgenomen in de oplijsting van de maatregelen in het verslag van de hoorzitting, wat doet vermoeden dat ook de gedetineerde hierover niet gehoord werd. De procedurele voorwaarden voor het nemen van een beslissing tot hernieuwing van het IBVR zijn niet nageleefd. De beslissing tot hernieuwing van het IBVR is bijgevolg wegens schending van art. 118 van de basiswet nietig.
Uit artikel118, §2, derde lid, en §7, derde lid, van de basiswet volgt dat iedere maatregel van het voorstel van de directie op de gezondheidstoestand van de gedetineerde moet worden afgestemd. Dat moet blijken uit het medisch verslag. Een algemeen advies over het geheel van de maatregelen is bijgevolg niet voldoende. Uit het verslag valt niet af te leiden of de betrokken arts kennis had van alle nadere regels uit het voorstel tot IBVR en of hij deze allemaal heeft kunnen toetsen aan de gezondheidstoestand van de gedetineerde. Zo spreekt de arts zich niet uit over het ontnemen of onthouden van scherpe voorwerpen, het verplicht verblijf in de aan de gedetineerde toegewezen verblijfsruimte en de onderbrenging in de beveiligde cel. Het verslag is niet geïndividualiseerd. Men stelt slechts in algemene bewoordingen dat er geen contra-indicaties zijn voor het verlengen van bepaalde maatregelen. Om die redenen is het psychomedisch verslag niet afdoende en voldoet het niet aan de wettelijke vereisten. De maatregel van het verblijf in de aan hem toegewezen cel en de onderbrenging in een veiligheidscel zijn bovendien niet opgenomen in de oplijsting van de maatregelen in het verslag van de hoorzitting, wat doet vermoeden dat ook de gedetineerde hierover niet gehoord werd. De procedurele voorwaarden voor het nemen van een beslissing tot hernieuwing van het IBVR zijn niet nageleefd. De beslissing tot hernieuwing van het IBVR is bijgevolg wegens schending van art. 118 van de basiswet nietig.