Ga verder naar de inhoud

BC/22-0257

Fondée Beroepscommissie Commission d'Appel Autre décision directeur
BRIEFWISSELING - REKENINGEN

(1) De controle waaraan aan de gedetineerde toegezonden brieven worden onderworpen, wordt uitgeoefend door de directeur of het personeelslid dat door de directeur wordt aangewezen (artikel 55, §1, basiswet). Het is naar aanleiding van deze controle, waarbij de enveloppe van het OCMW wordt geopend, dat de enveloppe blijkbaar wordt weggegooid. De handeling waartegen de klacht is gericht, is dan ook een handeling die wordt gesteld tijdens de uitoefening van een bevoegdheid die de basiswet in eerste instantie aan de directeur toekent. De klacht is dan ook ontvankelijk.
Bij een rechtmatige controle van de inkomende briefwisseling wordt de originele enveloppe niet weggegooid. Ook al bevestigde de directeur dat de originele enveloppen wel degelijk aan de klager moeten worden overhandigd, de herhaalde klachten over het weggooien van de enveloppen tonen aan dat het personeelslid dat tijdens de controle van de briefwisseling namens de directeur handelt, niet op die wijze handelt. Deze wijze van uitoefening van controle van de inkomende briefwisseling is dan ook niet rechtmatig. De klacht van de klager is gegrond.
(2) Artikel 46, §3, van de basiswet bepaalt dat het inrichtingshoofd en de personen die instaan voor het beheer van de individuele rekening van de gedetineerde tot een discretieplicht gehouden zijn. De loutere vaststelling dat een bepaalde praktijk ten aanzien van alle gedetineerden in een afdeling wordt toegepast, brengt nog niet mee dat de klager zich niet kan beklagen over een praktijk die zijn recht op discretie aantast. De praktijk die de klager aanklaagt, vindt zijn oorsprong in een beslissing om op die wijze te handelen of veeleer in een verzuim de beslissing te nemen die vereist is opdat deze praktijk niet langer wordt toegepast. De klacht is dan ook ontvankelijk en gegrond.