BC/22-0207
Non fondée
Fondée
Beroepscommissie
Commission d'Appel
Autre décision directeur
Pas de décision du directeur
(1) GEEN BESLISSING DIRECTEUR - BRIEFWISSELING - (2) ANDERE BESLISSING DIRECTEUR - KANTINE - ONTVANKELIJKHEID - RECHTSGEVOLG VAN GEGRONDHEID
(1) Hoewel geen sluitende verklaring kan worden gevonden voor het ontbreken van de envelop waarmee de post naar de klager wordt doorgestuurd, blijkt niet dat het de bedoeling van de directie is om voor de klager af te wijken van de regel dat elke voor de gedetineerde bestemde envelop aan de gedetineerde wordt overhandigd. De klachtencommissie besloot terecht dat er geen sprake is van een beslissing van de directie of van een verzuim om een dergelijke beslissing te nemen in de zin van artikel 148 van de basiswet.
(2) Overeenkomstig artikel 148 van de basiswet kan een gedetineerde bij de klachtencommissie beklag doen over elke beslissing die door of namens de directeur ten aanzien van hem werd genomen. De in deze bepaling bedoelde beslissing is elke beslissing, door of namens de directeur genomen, die betrekking heeft op de rechtspositie van de individuele gedetineerde binnen de gevangenis of op zijn bejegening binnen de gevangenis. Een klacht is ontvankelijk niet alleen wanneer zij gericht is tegen een beslissing die de directeur zelf heeft genomen (‘beslissing door de directeur’), maar ook wanneer zij gericht is tegen een beslissing die werd genomen door een dienst die van de penitentiaire inrichting deel uitmaakt en waarvoor de directie de verantwoordelijkheid draagt (‘beslissing namens de directeur’).
De kantinedienst is een dienst die deel uitmaakt van de penitentiaire inrichting die overeenkomstig het huishoudelijk reglement en onder de verantwoordelijkheid van de directie gebruiks- en verbruiksgoederen aan de gedetineerden verschaft. De afrekening van de bestelde gebruiks- en verbruiksgoederen maakt een inherent deel uit van de werking van de kantinedienst. De afrekening die de kantinedienst ten aanzien van een gedetineerde opstelt voor de goederen die deze gedetineerde bij de kantinedienst heeft besteld, is dan ook een beslissing namens de directie ten aanzien van deze individuele gedetineerde en valt onder het bereik van het beklagrecht. De omstandigheid dat de beslissing over de afrekening ten aanzien van een gedetineerde steunt op een praktijk die de kantinedienst onder de verantwoordelijkheid van de directie ten aanzien van alle gedetineerden toepast, ontneemt aan die beslissing niet haar individueel karakter. De klacht is niet als zodanig gericht tegen een algemeen geldende regel, maar wel tegen de concrete beslissing die ten aanzien van de klager over de afrekening van de kantineproducten die hij bestelde, werd genomen. De omstandigheid dat, zoals de klachtencommissie vermeldt, de kantinedienst ten aanzien van alle gedetineerden de prijsstijging op automatische wijze doorrekent, doet geen afbreuk aan het individuele karakter van de beslissing tot vaststelling van de afrekening.
Een correcte en behoorlijke verschaffing van gebruiks- en verbruiksgoederen door de kantinedienst van de gevangenis houdt in dat de goederen worden aangerekend tegen de prijs die op het bestelformulier wordt vermeld en dat voor zover geen vaste prijs kan worden gewaarborgd, het bestelformulier in het nodige voorbehoud voorziet. Aangezien dit prijsvoorbehoud niet werd vermeld op het formulier waarmee de klager de goederen bestelde, hoewel dit wel gebeurt op andere bestelformulieren, was de klager dan ook gerechtigd op een afrekening van zijn bestelling op basis van de vermelde prijs.
De gevolgen van de vernietigde beslissing, houdende onjuiste afrekening van de bestelde goederen, worden ongedaan gemaakt door de teruggave aan de klager van het teveel in rekening gebrachte bedrag.
(1) Hoewel geen sluitende verklaring kan worden gevonden voor het ontbreken van de envelop waarmee de post naar de klager wordt doorgestuurd, blijkt niet dat het de bedoeling van de directie is om voor de klager af te wijken van de regel dat elke voor de gedetineerde bestemde envelop aan de gedetineerde wordt overhandigd. De klachtencommissie besloot terecht dat er geen sprake is van een beslissing van de directie of van een verzuim om een dergelijke beslissing te nemen in de zin van artikel 148 van de basiswet.
(2) Overeenkomstig artikel 148 van de basiswet kan een gedetineerde bij de klachtencommissie beklag doen over elke beslissing die door of namens de directeur ten aanzien van hem werd genomen. De in deze bepaling bedoelde beslissing is elke beslissing, door of namens de directeur genomen, die betrekking heeft op de rechtspositie van de individuele gedetineerde binnen de gevangenis of op zijn bejegening binnen de gevangenis. Een klacht is ontvankelijk niet alleen wanneer zij gericht is tegen een beslissing die de directeur zelf heeft genomen (‘beslissing door de directeur’), maar ook wanneer zij gericht is tegen een beslissing die werd genomen door een dienst die van de penitentiaire inrichting deel uitmaakt en waarvoor de directie de verantwoordelijkheid draagt (‘beslissing namens de directeur’).
De kantinedienst is een dienst die deel uitmaakt van de penitentiaire inrichting die overeenkomstig het huishoudelijk reglement en onder de verantwoordelijkheid van de directie gebruiks- en verbruiksgoederen aan de gedetineerden verschaft. De afrekening van de bestelde gebruiks- en verbruiksgoederen maakt een inherent deel uit van de werking van de kantinedienst. De afrekening die de kantinedienst ten aanzien van een gedetineerde opstelt voor de goederen die deze gedetineerde bij de kantinedienst heeft besteld, is dan ook een beslissing namens de directie ten aanzien van deze individuele gedetineerde en valt onder het bereik van het beklagrecht. De omstandigheid dat de beslissing over de afrekening ten aanzien van een gedetineerde steunt op een praktijk die de kantinedienst onder de verantwoordelijkheid van de directie ten aanzien van alle gedetineerden toepast, ontneemt aan die beslissing niet haar individueel karakter. De klacht is niet als zodanig gericht tegen een algemeen geldende regel, maar wel tegen de concrete beslissing die ten aanzien van de klager over de afrekening van de kantineproducten die hij bestelde, werd genomen. De omstandigheid dat, zoals de klachtencommissie vermeldt, de kantinedienst ten aanzien van alle gedetineerden de prijsstijging op automatische wijze doorrekent, doet geen afbreuk aan het individuele karakter van de beslissing tot vaststelling van de afrekening.
Een correcte en behoorlijke verschaffing van gebruiks- en verbruiksgoederen door de kantinedienst van de gevangenis houdt in dat de goederen worden aangerekend tegen de prijs die op het bestelformulier wordt vermeld en dat voor zover geen vaste prijs kan worden gewaarborgd, het bestelformulier in het nodige voorbehoud voorziet. Aangezien dit prijsvoorbehoud niet werd vermeld op het formulier waarmee de klager de goederen bestelde, hoewel dit wel gebeurt op andere bestelformulieren, was de klager dan ook gerechtigd op een afrekening van zijn bestelling op basis van de vermelde prijs.
De gevolgen van de vernietigde beslissing, houdende onjuiste afrekening van de bestelde goederen, worden ongedaan gemaakt door de teruggave aan de klager van het teveel in rekening gebrachte bedrag.