Ga verder naar de inhoud

BC/22-0195

Fondée Beroepscommissie Commission d'Appel Disciplinaire
TUCHT - VERBODEN SUBSTANTIES - TOEREKENBAARHEID

Hoewel in de bestreden tuchtbeslissing niet wordt verwezen naar artikel 131 van de Basiswet, wordt klager blijkens het standpunt van het inrichtingshoofd in feite gesanctioneerd voor deelneming aan het bezit van een verboden substantie (artikel 129, 7° van de Basiswet), aangezien er een verdachte geur werd waargenomen, klager niet betwist dat er een restant hasj werd aangetroffen op de vloer, doch alle drie celgenoten hun betrokkenheid zonder meer ontkennen.
Het inrichtingshoofd acht het onwaarschijnlijk dat klager niet op de hoogte was van de aanwezigheid van de verboden substantie en rekent hem de inbreuk vervolgens in essentie (mede) toe, omdat “elke gedetineerde verantwoordelijk is voor wat er op cel aanwezig is” . Hoewel dergelijke algemene stelling geen rekening houdt met de mogelijke hypothese dat een welbepaalde celgenoot de schuld op zich neemt, zodat diens bekentenis de verantwoordelijkheid van de andere celgenoten kan uitsluiten , is er thans geen sprake van een ondubbelzinnige schuldbekentis van een celgenoot.
Alle celgenoten ontkennen enige betrokkenheid bij de aangetroffen verboden substantie, terwijl deze nochtans op een voor de hand liggende plaats (de vloer) werd aangetroffen èn er bovendien sprake was van een geurwaarneming vanuit de desbetreffende cel. Het inrichtingshoofd verwijst in die zin dienstig naar een eerdere uitspraak van de beroepscommissie waarbij de verboden substantie werden aangetroffen in een gemeenschappelijke kast die toegankelijk was voor beide (ontkennende) celgenoten en waarbij wordt verondersteld wordt dat de gedetineerde minstens op de hoogte was , zodat er sprake is van “deelneming” in de zin van artikel 131 Basiswet.

De klachtencommissie kon niet besluiten dat de tuchtinbreuk niet individueel kon worden toegerekend aan klager. Het is niet omdat de drie celgenoten niet geloofwaardig worden geacht, dat er sprake is van een collectieve bestraffing. Immers werd klager afzonderlijk gehoord om zijn standpunt toe te lichten, waarbij hij zich, net zoals de andere celgenoten, beperkte tot een loutere ontkenning zonder meer.