Ga verder naar de inhoud

BC/22-0160

Non fondée Beroepscommissie Commission d'Appel Fouille à corps
FOUILLE LICHAAM

De directeur kan slechts beslissen tot fouillering op het lichaam indien er individuele aanwijzingen bestaan dat het onderzoek aan de kledij niet volstaat om na te gaan of de gedetineerde in het bezit is van voorwerpen of substanties die verboden of gevaarlijk kunnen zijn. De individuele aanwijzingen om te kunnen overgaan tot een fouille aan het lichaam kunnen onder meer bestaan uit verdachte handelingen/verdacht gedrag van de gedetineerde.

In de beslissing staat dat “het personeel heeft vastgesteld dat gedetineerden tijdens de wandeling aan elkaar een voorwerp doorgaven.” Door te verwijzen naar “gedetineerden” is het niet duidelijk welke individuele aanwijzingen er ten aanzien van klager waren. De motivering wordt niet verder ondersteund door enige observatienota of rapport aan de directeur. De volgende en enige andere zinsnede uit de motivering “Om de interne orde en veiligheid van de inrichting te vrijwaren is het noodzakelijk dit item te identificeren en in bezit te krijgen” is algemeen van aard en voegt hier dus verder niets aan toe. De situatie dat “gedetineerden” op de wandeling “een voorwerp” doorgaven is geen voldoende geïndividualiseerde aanwijzing lastens klager die een fouillering op het lichaam rechtvaardigt. De a posteriori motivatie van de directie doet daar geen afbreuk aan: er anders over oordelen zou de rechtsbescherming van de gedetineerde zoals voorzien in de Basiswet uithollen. De geïndividualiseerde aanwijzing moest vermeld geweest zijn in de beslissing tot fouille.

Het beroep is ongegrond.