Ga verder naar de inhoud

BC/22-0016

Fondée Beroepscommissie Commission d'Appel Régime de sécurité particulier individuel
INDIVIUDUEEL BIJZONDER VEILIGHEIDSREGIME - GEINTERNEERDE - MOTIVERING

Het beroep is gericht tegen de beslissing van de Directeur-generaal Penitentiaire Inrichtingen tot plaatsing in een individueel bijzonder veiligheidsregime (hierna “IBVR”). De Beroepscommissie stelt vast dat er niet werd gemotiveerd waarom de voorheen opgelegde BVM ontoereikend zijn gebleken, nu slechts wordt gewezen op de voortdurende bedreiging die appellant zou uitmaken voor de veiligheid, gelet op de feiten die zich voordeden in het FPC. Op deze manier is er sprake van een kringredenering in de motivering, waarbij de tweede inhoudelijke voorwaarde inzake subsidiariteit wordt uitgehold. De motivering bevat evenmin een duidelijke beschrijving van het gedrag van appellant lopende de BVM. Hoewel de Beroepscommissie benadrukt dat voorgaanden die zich voordeden in het FPC zeer ernstig zijn, en met name de fysieke en psychischeintegriteit van derden in gevaar brachten, ontslaat dit geïntimeerde niet van de motiveringsplicht omtrent de tweede inhoudelijke voorwaarde die moet vervuld zijn voor het opleggen van een IBVR. De Beroepscommissie kan dan ook niet anders dan concluderen dat het thans voorliggende IBVR louter preventief werd opgelegd, vanuit de weliswaar ernstige voorgaanden die zich in het FPC afspeelden, maar zonder navolgende evaluatie van concrete gedragingen of omstandigheden, die zouden wijzen op een voortdurende dreiging voor de veiligheid die op geen enkele andere manier gevrijwaard kan worden.
Het beroep is gegrond.