OVERPLAATSING
De penitentiaire administratie beschikt over een zekere appreciatiemarge in het nemen van de beslissing tot overplaatsen. Zij houdt hiervoor onder meer rekening met het juridisch statuut van de gedetineerde, met de gevaarsnotie, de graad van sociabiliteit en de graad van kwetsbaarheid van de persoon van de gedetineerde. Ondanks haar appreciatiemarge, moet de penitentiaire administratie wel handelen als een redelijke overheidsinstantie en moet ze voldoen aan de wettelijke normen. Zo moet ze bijvoorbeeld voldoen aan art. 8 EVRM, waarin het recht op eerbiediging van privé, familie- en gezinsleven wordt bepaald. Dit artikel geeft echter geen recht aan de gedetineerde om de plaats van detentie te kiezen. Het gescheiden en verwijderd zijn van familieleden is een onvermijdelijk gevolg van de detentie. Wel is het essentieel dat de penitentiaire administratie de gedetineerde helpt om zijn familieleven in stand te houden.
In dit dossier is beroepscommissie van oordeel dat, hoewel de afstand tussen Brugge en het Waasland tamelijk groot is, dit het bezoek niet onmogelijk maakt. De gevangenis van Brugge is bovendien goed bereikbaar met het openbaar vervoer. Uit het bezwaar – en beroepschrift blijkt dat de tegenkanting van appellante tegen de overplaatsing ook is ingegeven uit de vrees voor intimidatie in de PI Brugge en uit haar verleden. De penitentiaire administratie geeft echter aan dat zij hiervoor niet moet vrezen.
De penitentiaire administratie heeft in overeenstemming met artikel 17 van de basiswet rekening gehouden met de bestemming van de gevangenis. De PI Antwerpen is een arresthuis, dat een overbevolking kent, zodat een overplaatsing naar een strafhuis zich opdringt. De beroepscommissie is daarom van oordeel dat de keuze voor de PI Brugge redelijk en conform de wet is.
De penitentiaire administratie beschikt over een zekere appreciatiemarge in het nemen van de beslissing tot overplaatsen. Zij houdt hiervoor onder meer rekening met het juridisch statuut van de gedetineerde, met de gevaarsnotie, de graad van sociabiliteit en de graad van kwetsbaarheid van de persoon van de gedetineerde. Ondanks haar appreciatiemarge, moet de penitentiaire administratie wel handelen als een redelijke overheidsinstantie en moet ze voldoen aan de wettelijke normen. Zo moet ze bijvoorbeeld voldoen aan art. 8 EVRM, waarin het recht op eerbiediging van privé, familie- en gezinsleven wordt bepaald. Dit artikel geeft echter geen recht aan de gedetineerde om de plaats van detentie te kiezen. Het gescheiden en verwijderd zijn van familieleden is een onvermijdelijk gevolg van de detentie. Wel is het essentieel dat de penitentiaire administratie de gedetineerde helpt om zijn familieleven in stand te houden.
In dit dossier is beroepscommissie van oordeel dat, hoewel de afstand tussen Brugge en het Waasland tamelijk groot is, dit het bezoek niet onmogelijk maakt. De gevangenis van Brugge is bovendien goed bereikbaar met het openbaar vervoer. Uit het bezwaar – en beroepschrift blijkt dat de tegenkanting van appellante tegen de overplaatsing ook is ingegeven uit de vrees voor intimidatie in de PI Brugge en uit haar verleden. De penitentiaire administratie geeft echter aan dat zij hiervoor niet moet vrezen.
De penitentiaire administratie heeft in overeenstemming met artikel 17 van de basiswet rekening gehouden met de bestemming van de gevangenis. De PI Antwerpen is een arresthuis, dat een overbevolking kent, zodat een overplaatsing naar een strafhuis zich opdringt. De beroepscommissie is daarom van oordeel dat de keuze voor de PI Brugge redelijk en conform de wet is.