TEGEMOETKOMING
Appellant viseert in zijn beroepschrift enerzijds het gebrek aan bepaling van een compensatie in de bestreden beslissing van de Klachtencommissie en de gebrekkige uitvoering ervan door het gevangenispersoneel. De Beroepscommissie stelt vast dat de Klachtencommissie de beperking inzake telefoongebruik met zijn raadsman vernietigde na partijen te hebben gehoord, doch geen uitspraak deed over enige tegemoetkoming. Uit de formulering van de basiswet kan worden afgeleid dat de KC hoe dan ook uitspraak moet doen of er een tegemoetkoming moet worden toegekend (‘bepaalt’), dit althans ‘voor zover de gevolgen van de vernietigde beslissing niet meer ongedaan gemaakt kunnen worden’. Deze voorwaarde moet aldus vervuld zijn vooraleer de Klachtencommissie standpunt moet innemen over
enige tegemoetkoming. In casu stelt Beroepscommissie vast dat appellant hoogstens een gesprek rateerde met zijn raadsman, doch dat diens bijstand in het kader van de UV niet per se een toekenning daarvan had opgeleverd. Het mislopen van een UV kan volgens de Beroepscommissie niet worden gezien als gevolg
van de vernietigde beslissing, zodat een tegemoetkoming niet aan de orde is.
Het beroep is gegrond.
De wens van appellant om zoals “zoals in andere gevangenissen, waar men een telefoon op cel
heeft, onbeperkt te kunnen bellen”, is om dezelfde reden onontvankelijk.
Appellant viseert in zijn beroepschrift enerzijds het gebrek aan bepaling van een compensatie in de bestreden beslissing van de Klachtencommissie en de gebrekkige uitvoering ervan door het gevangenispersoneel. De Beroepscommissie stelt vast dat de Klachtencommissie de beperking inzake telefoongebruik met zijn raadsman vernietigde na partijen te hebben gehoord, doch geen uitspraak deed over enige tegemoetkoming. Uit de formulering van de basiswet kan worden afgeleid dat de KC hoe dan ook uitspraak moet doen of er een tegemoetkoming moet worden toegekend (‘bepaalt’), dit althans ‘voor zover de gevolgen van de vernietigde beslissing niet meer ongedaan gemaakt kunnen worden’. Deze voorwaarde moet aldus vervuld zijn vooraleer de Klachtencommissie standpunt moet innemen over
enige tegemoetkoming. In casu stelt Beroepscommissie vast dat appellant hoogstens een gesprek rateerde met zijn raadsman, doch dat diens bijstand in het kader van de UV niet per se een toekenning daarvan had opgeleverd. Het mislopen van een UV kan volgens de Beroepscommissie niet worden gezien als gevolg
van de vernietigde beslissing, zodat een tegemoetkoming niet aan de orde is.
Het beroep is gegrond.
De wens van appellant om zoals “zoals in andere gevangenissen, waar men een telefoon op cel
heeft, onbeperkt te kunnen bellen”, is om dezelfde reden onontvankelijk.