Ga verder naar de inhoud

BC/21-0218

Non fondée Beroepscommissie Commission d'Appel Disciplinaire
TUCHT - VERBODEN SUBSTANTIES

De klachtencommissie besloot oordeelkundig dat klager niet voldoende overtuigende elementen aanbrengt, die erop wijzen dat het inrichtingshoofd de tuchtinbreuk onterecht heeft weerhouden en dat er sprake is van “het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties”. De beroepscommissie wijst erop dat het om tot deze kwalificatie te komen niet nodig is dat er daadwerkelijk verboden substanties aangetroffen worden. Het bewezen geachte gebruik van verboden substanties moet gelijkgesteld worden met het bezit ervan, aangezien er voor gebruik per definitie een voorafgaand bezit, hoe kort ook, vereist is.

Wat de straftoemeting betreft, is de directie binnen de grenzen van de wet en de redelijkheid en billijkheid gebleven.

Het beroep is ongegrond.