OVERPLAATSING
De directeur-generaal nam zijn beslissing, waardoor een overplaatsing naar de gevangenis van Gent werd geweigerd, op grond van een afweging van enerzijds het door hem erkende belang van de gedetineerde dat hij in de gevangenis van Gent kan verblijven om zijn reclassering uit te werken in de omgeving waar hij vóór zijn detentie verbleef en, ook in dit kader, om het familiebezoek door zijn vader te vergemakkelijken, en anderzijds de mogelijkheid van een overplaatsing naar deze gevangenis gelet op de aanzienlijke overbevolking van deze instelling. Deze afweging is niet onredelijk, ermee rekening houdend dat op het ogenblik waarop deze afweging werd gemaakt, kort voordien het detentietraject van de beroepsindiener werd verstoord door een herroeping van toegekende uitgaansvergunningen. De penitentiaire administratie gaf bovendien in het verleden ervan blijk rekening te willen houden met de wenselijkheid van de mogelijkheid voor de vader om zijn zoon in Gent te bezoeken. Die mogelijkheid van familiebezoek in Gent bleef evenwel buiten toedoen van de penitentiaire administratie onbenut zodat de beroepsindiener in maart 2020 terug naar de gevangenis van Beveren werd overgeplaatst. De loutere omstandigheid dat een familiebezoek door de vader in Beveren om medische redenen niet evident is, legt niet aan de penitentiaire administratie de verplichting op te allen tijde en ongeacht de omstandigheden in de Gentse gevangenis een vraag naar definitieve overplaatsing naar die inrichting te moeten inwilligen. Het beroep is dan ook ongegrond.
Deze beslissing laat in voorkomend geval een nieuwe beoordeling van de wenselijkheid van een overplaatsing naar de gevangenis van Gent ongemoeid. De gevangenis van Gent heeft weliswaar op dit ogenblik te kampen met een minstens even hoge overbevolking als in november 2021, maar niettemin verblijven er ook definitief veroordeelden in deze instelling. Het komt de penitentiaire administratie dan ook toe erover te waken dat bij het bepalen van welke definitief veroordeelden in de gevangenis van Gent worden geplaatst, rekening wordt gehouden met de urgentie van het belang dat elk van deze definitief veroordeelden bij een plaatsing in deze inrichting kan laten gelden. Het actuele detentietraject van de betrokkene, de voorbereiding van zijn reclassering, het op dit ogenblik zeer nabije einde van de lange gevangenisstraf en een eventuele evolutie op familiaal vlak kunnen bij de beoordeling van een eventuele nieuwe vraag dan ook van belang zijn.
De directeur-generaal nam zijn beslissing, waardoor een overplaatsing naar de gevangenis van Gent werd geweigerd, op grond van een afweging van enerzijds het door hem erkende belang van de gedetineerde dat hij in de gevangenis van Gent kan verblijven om zijn reclassering uit te werken in de omgeving waar hij vóór zijn detentie verbleef en, ook in dit kader, om het familiebezoek door zijn vader te vergemakkelijken, en anderzijds de mogelijkheid van een overplaatsing naar deze gevangenis gelet op de aanzienlijke overbevolking van deze instelling. Deze afweging is niet onredelijk, ermee rekening houdend dat op het ogenblik waarop deze afweging werd gemaakt, kort voordien het detentietraject van de beroepsindiener werd verstoord door een herroeping van toegekende uitgaansvergunningen. De penitentiaire administratie gaf bovendien in het verleden ervan blijk rekening te willen houden met de wenselijkheid van de mogelijkheid voor de vader om zijn zoon in Gent te bezoeken. Die mogelijkheid van familiebezoek in Gent bleef evenwel buiten toedoen van de penitentiaire administratie onbenut zodat de beroepsindiener in maart 2020 terug naar de gevangenis van Beveren werd overgeplaatst. De loutere omstandigheid dat een familiebezoek door de vader in Beveren om medische redenen niet evident is, legt niet aan de penitentiaire administratie de verplichting op te allen tijde en ongeacht de omstandigheden in de Gentse gevangenis een vraag naar definitieve overplaatsing naar die inrichting te moeten inwilligen. Het beroep is dan ook ongegrond.
Deze beslissing laat in voorkomend geval een nieuwe beoordeling van de wenselijkheid van een overplaatsing naar de gevangenis van Gent ongemoeid. De gevangenis van Gent heeft weliswaar op dit ogenblik te kampen met een minstens even hoge overbevolking als in november 2021, maar niettemin verblijven er ook definitief veroordeelden in deze instelling. Het komt de penitentiaire administratie dan ook toe erover te waken dat bij het bepalen van welke definitief veroordeelden in de gevangenis van Gent worden geplaatst, rekening wordt gehouden met de urgentie van het belang dat elk van deze definitief veroordeelden bij een plaatsing in deze inrichting kan laten gelden. Het actuele detentietraject van de betrokkene, de voorbereiding van zijn reclassering, het op dit ogenblik zeer nabije einde van de lange gevangenisstraf en een eventuele evolutie op familiaal vlak kunnen bij de beoordeling van een eventuele nieuwe vraag dan ook van belang zijn.