KC38/26-0014
Fondée
Irrecevable
KC - Dendermonde-Hulp
Commission des plaintes
Autre décision directeur
Disciplinaire
Fouille à corps
BEZOEK - KLACHTENPROCEDURE - FOUILLE LICHAAM - MOTIVERING - TUCHT - TERMIJN
In de eerste plaats heeft klager een klacht ingediend omdat hij meent dat de directie de beslissing van de klachtencommissie niet heeft nageleefd door het ongestoord bezoek nog steeds niet toe te laten. De klachtencommissie van Dendermonde-hulp heeft op 09.02.2026 de klacht van klager gegrond verklaard omdat de directie haar beslissing tot weigering van het ongestoord bezoek niet afdoende had gemotiveerd. De klachtencommissie vernietigde de weigeringsbeslissing en droeg de directie op om binnen de 14 dagen na ontvangst van de beslissing van de klachtencommissie een nieuwe beslissing te nemen, rekening houdende met de uitspraak. De beslissing werd op 11.02.2026 aan het klachtenbureau meegedeeld. Uit de dossierstukken blijkt dat de directeur pas op 25.03.2026 een nieuwe beslissing heeft genomen over de aanvraag van klager om ongestoord bezoek te krijgen. Klager meent dat de directeur de beslissing van de klachtencommissie niet heeft nageleefd. De klachtencommissie is van oordeel dat de directie heeft verzuimd om binnen de opgedragen termijn van 14 dagen na kennisgeving van de beslissing, uitvoering te geven aan de uitspraak van de klachtencommissie. De directie was hier nochtans toe gehouden op basis van artikel 158 van de Basiswet aangezien de directie geen beroep heeft ingesteld tegen de uitspraak van de klachtencommissie. Om deze reden is de klacht ontvankelijk en gegrond. De klachtencommissie beperkt zich echter tot de gegrondverklaring van de klacht aangezien zij vaststelt dat de nieuwe beslissing uiteindelijk wel werd genomen en dat de motivering van de nieuwe beslissing voldoet aan de motiveringsplicht aangezien de elementen uit het advies van de PSD waarop de weigering is gesteund, deze keer wel zijn opgenomen in de beslissing zelf.
Klager heeft daarnaast ook een klacht ingediend tegen een naaktfouille. De antecedenten van klager in combinatie met een ongestoord bezoek, bleek voor de directie een aanwijzing dat klager tijdens het ongestoord bezoek in het bezit zou komen van verboden of gevaarlijke voorwerpen of substanties die hij bovendien op zijn lichaam zou verstoppen. De klachtencommissie merkt op dat in de motivering niet verduidelijkt wordt of het om strafrechtelijke of tuchtrechtelijke antecedenten gaat, van wanneer die antecedenten dateren en over wat die antecedenten dan wel gaan. De motivering is bijzonder vaag en bevat geen actuele en concrete elementen. De klachtencommissie stelt daarenboven vast dat de opdracht van de directie al een dag op voorhand werd gegeven. Hierdoor konden eventuele verdachte handelingen of vaststellingen bij afloop van het bezoek niet eens in rekening gebracht worden. De klachtencommissie is van oordeel dat de naaktfouille niet verantwoord werd door het actuele gedrag van klager. Om deze reden besluit de klachtencommissie dat de naaktfouille niet voldeed aan de bepalingen uit de Basiswet. De klacht is gegrond.
Tot slot heeft klager ook een klacht ingediend tegen een tuchtbeslissing van 25.03.2026 en omdat er sinds februari post worden achtergehouden, de gevangenis geen veilige omgeving is en heel wat cipiers onbeleefd zijn. In eerste instantie vernam de klachtencommissie van het klachtenbureau dat klager zijn laatste tucht dateert van 19.12.2025. Er bestaat dus geen tuchtbeslissing van 25.03.2026, wel van 25.03.2025. De klacht hiertegen is echter ruim te laat ingediend. De Basiswet vereist daarnaast dat in de klacht zo nauwkeurig mogelijk de beslissing waarover wordt geklaagd en de redenen van de klacht, worden vermeld. De algemene uitlatingen over verdwenen post en cipiers, kunnen niet beschouwd worden als nauwkeurig omschreven klachten. Deze klacht is bijgevolg niet-ontvankelijk.
In de eerste plaats heeft klager een klacht ingediend omdat hij meent dat de directie de beslissing van de klachtencommissie niet heeft nageleefd door het ongestoord bezoek nog steeds niet toe te laten. De klachtencommissie van Dendermonde-hulp heeft op 09.02.2026 de klacht van klager gegrond verklaard omdat de directie haar beslissing tot weigering van het ongestoord bezoek niet afdoende had gemotiveerd. De klachtencommissie vernietigde de weigeringsbeslissing en droeg de directie op om binnen de 14 dagen na ontvangst van de beslissing van de klachtencommissie een nieuwe beslissing te nemen, rekening houdende met de uitspraak. De beslissing werd op 11.02.2026 aan het klachtenbureau meegedeeld. Uit de dossierstukken blijkt dat de directeur pas op 25.03.2026 een nieuwe beslissing heeft genomen over de aanvraag van klager om ongestoord bezoek te krijgen. Klager meent dat de directeur de beslissing van de klachtencommissie niet heeft nageleefd. De klachtencommissie is van oordeel dat de directie heeft verzuimd om binnen de opgedragen termijn van 14 dagen na kennisgeving van de beslissing, uitvoering te geven aan de uitspraak van de klachtencommissie. De directie was hier nochtans toe gehouden op basis van artikel 158 van de Basiswet aangezien de directie geen beroep heeft ingesteld tegen de uitspraak van de klachtencommissie. Om deze reden is de klacht ontvankelijk en gegrond. De klachtencommissie beperkt zich echter tot de gegrondverklaring van de klacht aangezien zij vaststelt dat de nieuwe beslissing uiteindelijk wel werd genomen en dat de motivering van de nieuwe beslissing voldoet aan de motiveringsplicht aangezien de elementen uit het advies van de PSD waarop de weigering is gesteund, deze keer wel zijn opgenomen in de beslissing zelf.
Klager heeft daarnaast ook een klacht ingediend tegen een naaktfouille. De antecedenten van klager in combinatie met een ongestoord bezoek, bleek voor de directie een aanwijzing dat klager tijdens het ongestoord bezoek in het bezit zou komen van verboden of gevaarlijke voorwerpen of substanties die hij bovendien op zijn lichaam zou verstoppen. De klachtencommissie merkt op dat in de motivering niet verduidelijkt wordt of het om strafrechtelijke of tuchtrechtelijke antecedenten gaat, van wanneer die antecedenten dateren en over wat die antecedenten dan wel gaan. De motivering is bijzonder vaag en bevat geen actuele en concrete elementen. De klachtencommissie stelt daarenboven vast dat de opdracht van de directie al een dag op voorhand werd gegeven. Hierdoor konden eventuele verdachte handelingen of vaststellingen bij afloop van het bezoek niet eens in rekening gebracht worden. De klachtencommissie is van oordeel dat de naaktfouille niet verantwoord werd door het actuele gedrag van klager. Om deze reden besluit de klachtencommissie dat de naaktfouille niet voldeed aan de bepalingen uit de Basiswet. De klacht is gegrond.
Tot slot heeft klager ook een klacht ingediend tegen een tuchtbeslissing van 25.03.2026 en omdat er sinds februari post worden achtergehouden, de gevangenis geen veilige omgeving is en heel wat cipiers onbeleefd zijn. In eerste instantie vernam de klachtencommissie van het klachtenbureau dat klager zijn laatste tucht dateert van 19.12.2025. Er bestaat dus geen tuchtbeslissing van 25.03.2026, wel van 25.03.2025. De klacht hiertegen is echter ruim te laat ingediend. De Basiswet vereist daarnaast dat in de klacht zo nauwkeurig mogelijk de beslissing waarover wordt geklaagd en de redenen van de klacht, worden vermeld. De algemene uitlatingen over verdwenen post en cipiers, kunnen niet beschouwd worden als nauwkeurig omschreven klachten. Deze klacht is bijgevolg niet-ontvankelijk.