Ga verder naar de inhoud

KC38/26-0012

Non fondée KC - Dendermonde-Hulp Commission des plaintes Mesure provisoire Disciplinaire
VM - TUCHT

- Over de voorlopige maatregel
De directie heeft een voorlopige maatregel opgelegd omdat zij van oordeel was dat de interne veiligheid ernstig en opzettelijk was aangetast. De interne veiligheid is een toestand waarbij in de gevangenis de fysieke integriteit van personen gevrijwaard wordt en waarin roerende of onroerende goederen geen gevaar lopen van wederrechtelijke beschadiging, vernieling of ontvreemding. Uit de motivering van de voorlopige maatregel en de twee rapporten blijkt duidelijk dat klager de fysieke integriteit van de betrokken beambten en hun gezinsleden had aangetast door verschillende ernstige bedreigingen te uiten over fysiek geweld ten aanzien van hen. De klachtencommissie is van oordeel dat de beslissing tot het opleggen van de voorlopige maatregel wettig was. Gelet op de feiten was de voorlopige maatregel ook niet onredelijk of onbillijk. De beslissing tot voorlopige maatregel werd voldoende gemotiveerd.

- Over de tuchtbeslissing
In eerste instantie meent de klachtencommissie dat de twee rapporten duidelijk en gedetailleerd werden opgesteld en meerdere beambten getuige waren van de feiten. De klachtencommissie is ook van oordeel dat klager geen overtuigende elementen heeft aangevoerd waaruit de klachtencommissie kan afleiden dat het rapport geen correcte weergave zou zijn van de feiten. Tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting ontkent klager dat hij bedreigingen zou hebben geuit en stelt in zijn klacht dat hij geen slechte bedoelingen had, maar enkel wou aantonen dat hij niet te veel tijdschriften op cel had. De klachtencommissie is echter van oordeel dat de verschillende zinnen zoals “ze blijven in mijn cel of ge krijgt nen toek”, “jullie kan ik jammer genoeg niet pakken maar ge hebt een vrouw en kinderen, ik zal het wel op die manier doen”, “ik huur wel iemand in die heel zijn knie eens kapot maakt” of “weet nog wat ik daarjuist zei over je kinderen ik zal er werk van maken” ontegensprekelijk ernstige bedreigingen inhouden. Klager had op een andere manier kunnen reageren om aan te tonen dat hij niet te veel tijdschriften op cel zou hebben gehad, zonder daarbij ernstige bedreigingen naar het personeel en hun gezinsleden te uiten en luid te roepen. De directie heeft afdoende gemotiveerd waarom de feiten deze tuchtrechtelijke inbreuken uitmaakten. De klachtencommissie besluit dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager.

De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van veertien dagen ATV effectief en zeven dagen ATV voorwaardelijk. Bij samenloop tussen tuchtrechtelijke inbreuken worden de verschillende inbreuken bestraft als één tuchtrechtelijke inbreuk van dezelfde categorie als de zwaarste van de samenlopende tuchtinbreuken. Voor een tuchtinbreuk van eerste categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie dertig dagen ATV. De tuchtsanctie was dus wettig. De klachtencommissie is van oordeel dat de sanctie ook niet onredelijk of onbillijk was gelet op de ernst van de feiten, het tuchtrechtelijk verleden van klager en het feit dat een gedeelte van de tuchtsanctie met uitstel werd uitgesproken