Ga verder naar de inhoud

KC38/26-0007

Non fondée KC - Dendermonde-Hulp Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT

De klacht gaat over een tuchtbeslissing van de directie van de gevangenis van Dendermonde-Hulp.

Klager kreeg in voorliggende zaak een tuchtsanctie van 7 dagen ATV, omdat hij door de directeur schuldig werd bevonden aan:

- Een inbreuk van de eerste categorie “de opzettelijke aantasting van de orde”;
- Een inbreuk van de tweede categorie “het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen”.

De klachtencommissie ziet geen reden waarom de directie zich bij het nemen van de bestreden beslissing niet had mogen steunen op de rapporten aan de directeur (RAD). De directie kon de feiten, zoals die duidelijk en uitdrukkelijk in de RAD’s werden beschreven, voor waar en als voldoende aannemen. De directie kon dan ook binnen de grenzen van de redelijkheid oordelen dat de feiten die aan klager werden ten laste gelegd, bewezen waren. De motivering voldoet volgens de klachtencommissie aan de vereisten van artikel 8 van de Basiswet.

De eerste kwalificatie is een tuchtvergrijp van de eerste categorie. De opgelegde tuchtsanctie van 7 dagen ATV valt nog steeds binnen het wettelijke maximum voor een tuchtinbreuk eerste categorie, wat 30 dagen is.
De klachtencommissie acht een tuchtsanctie van 7 dagen ATV niet onredelijk voor een tuchtinbreuk van de eerste categorie, gelet op de omvang van de feiten en de maximumsanctie die de directie kon opleggen. Om deze redenen is de klacht ongegrond.