KC38/26-0001
Non fondée
KC - Dendermonde-Hulp
Commission des plaintes
Mesure provisoire
VOORLOPIGE MAATREGEL
Klager dient klacht in tegen een voorlopige maatregel. De directeur besliste tot een verplicht verblijf in de toegewezen verblijfsruimte op basis van de ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid (artikel 145, §1, eerste lid Basiswet). Onder de interne veiligheid wordt begrepen: een toestand waarbij in de gevangenis de fysieke integriteit van personen gevrijwaard wordt en waarin roerende of onroerende goederen geen gevaar lopen van wederrechtelijke beschadiging, vernieling of ontvreemding (artikel 2, 9° Basiswet). De klachtencommissie stelt vast dat de motivering op twee plaatsen werd genoteerd, een eerste keer (summier) onder de rechtsgrond van de ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid (artikel 145, §1, eerste lid Basiswet) en een tweede keer (uitgebreider) onder de rechtsgrond van het gevaar voor de orde of de veiligheid (artikel 145, §1, tweede lid Basiswet). De klachtencommissie verzoekt de directie de nodige nauwkeurigheid aan de dag te leggen wat betreft de plaatsing van de motivering, maar meent dat dit in het voorliggend dossier niet hoeft te leiden tot de nietigheid van de beslissing, nu zelfs uit de eerste (summiere) motivering van de voorlopige maatregel al voldoende blijkt waarom de interne veiligheid werd aangetast. De klachtencommissie is dan ook van oordeel dat de beslissing tot het opleggen van de voorlopige maatregel van verplicht verblijf in de toegewezen verblijfsruimte in het voorliggend dossier wettig, redelijk en billijk was. De klacht is ongegrond.
Klager dient klacht in tegen een voorlopige maatregel. De directeur besliste tot een verplicht verblijf in de toegewezen verblijfsruimte op basis van de ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid (artikel 145, §1, eerste lid Basiswet). Onder de interne veiligheid wordt begrepen: een toestand waarbij in de gevangenis de fysieke integriteit van personen gevrijwaard wordt en waarin roerende of onroerende goederen geen gevaar lopen van wederrechtelijke beschadiging, vernieling of ontvreemding (artikel 2, 9° Basiswet). De klachtencommissie stelt vast dat de motivering op twee plaatsen werd genoteerd, een eerste keer (summier) onder de rechtsgrond van de ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid (artikel 145, §1, eerste lid Basiswet) en een tweede keer (uitgebreider) onder de rechtsgrond van het gevaar voor de orde of de veiligheid (artikel 145, §1, tweede lid Basiswet). De klachtencommissie verzoekt de directie de nodige nauwkeurigheid aan de dag te leggen wat betreft de plaatsing van de motivering, maar meent dat dit in het voorliggend dossier niet hoeft te leiden tot de nietigheid van de beslissing, nu zelfs uit de eerste (summiere) motivering van de voorlopige maatregel al voldoende blijkt waarom de interne veiligheid werd aangetast. De klachtencommissie is dan ook van oordeel dat de beslissing tot het opleggen van de voorlopige maatregel van verplicht verblijf in de toegewezen verblijfsruimte in het voorliggend dossier wettig, redelijk en billijk was. De klacht is ongegrond.