KC38/25-0065
Non fondée
KC - Dendermonde-Hulp
Commission des plaintes
Disciplinaire
TUCHT
Klager dient klacht in tegen een tuchtbeslissing, waarbij hij tuchtrechtelijk gesanctioneerd werd wegens “het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen” en “het niet of onvoldoende rein houden van de verblijfsruimte en de gemeenschappelijke lokalen of het bevuilen van terreinen”.
In eerste instantie meent de klachtencommissie dat het RAD duidelijk en gedetailleerd werd opgesteld en ondertekend werd door een getuige van het personeel. Tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting heeft klager gevraagd om de camerabeelden te bekijken, maar werd aan hem uitgelegd dat er geen camerabeelden aanwezig zijn in de douches. Klager vraagt in zijn klacht om ook de camerabeelden van de gang te bekijken, maar de klachtencommissie is van oordeel dat dit geen meerwaarde zou bieden. Uit het RAD blijkt immers duidelijk dat er vijf personen aanwezig waren in de douches, en enkel klager het linker gedeelte – waar de uitwerpselen werden gevonden – heeft gebruikt. De directie heeft afdoende gemotiveerd waarom de feiten een tuchtrechtelijke inbreuk uitmaakten. De klachtencommissie besluit dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager.
Klager dient klacht in tegen een tuchtbeslissing, waarbij hij tuchtrechtelijk gesanctioneerd werd wegens “het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen” en “het niet of onvoldoende rein houden van de verblijfsruimte en de gemeenschappelijke lokalen of het bevuilen van terreinen”.
In eerste instantie meent de klachtencommissie dat het RAD duidelijk en gedetailleerd werd opgesteld en ondertekend werd door een getuige van het personeel. Tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting heeft klager gevraagd om de camerabeelden te bekijken, maar werd aan hem uitgelegd dat er geen camerabeelden aanwezig zijn in de douches. Klager vraagt in zijn klacht om ook de camerabeelden van de gang te bekijken, maar de klachtencommissie is van oordeel dat dit geen meerwaarde zou bieden. Uit het RAD blijkt immers duidelijk dat er vijf personen aanwezig waren in de douches, en enkel klager het linker gedeelte – waar de uitwerpselen werden gevonden – heeft gebruikt. De directie heeft afdoende gemotiveerd waarom de feiten een tuchtrechtelijke inbreuk uitmaakten. De klachtencommissie besluit dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager.