KC38/25-0030
Non fondée
KC - Dendermonde-Hulp
Commission des plaintes
Disciplinaire
TUCHT - WANDELING - CAMERABEELDEN
Klager dient klacht in tegen de tuchtbeslissing van 11/06/2025 omdat hij meent dat hij zelf werd aangevallen. Hij is het niet eens dat de andere partij geen sanctie krijgt, terwijl er camera’s en getuigen zouden zijn waaruit blijkt dat hij werd aangevallen.
In eerste instantie meent de klachtencommissie dat het RAD duidelijk werd opgesteld. De klachtencommissie stelt vast aan de hand van het voldoende duidelijk opgestelde RAD dat er geen sprake is van wettige zelfverdediging. Voor het bewezen verklaren van de tuchtrechtelijke inbreuk is het daarnaast irrelevant of klager het gevecht al dan niet heeft geïnitieerd. De klachtencommissie is ook van oordeel dat klager geen overtuigende elementen heeft aangevoerd waaruit de klachtencommissie kan afleiden dat het rapport geen correcte weergave zou zijn van de feiten. Uit het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting blijkt dat klager niet ontkent dat hij de fysieke integriteit van zijn medegedetineerde opzettelijk heeft aangetast. De klachtencommissie ziet dan ook geen reden waarom de directie nog bijkomend de camerabeelden had moeten bekijken aangezien het RAD voldoende gedetailleerd en duidelijk is en klager zelf toegeeft dat hij een slag heeft gegeven aan de betrokken medegedetineerde. De directie heeft afdoende gemotiveerd waarom de feiten een tuchtrechtelijke inbreuk uitmaakten. De klachtencommissie besluit dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager.
De tuchtsanctie was eveneens wettig. De klachtencommissie is van oordeel dat de sanctie ook niet onredelijk of onbillijk was gelet op de ernst van de feiten. Om deze redenen is de klacht niet gegrond.
Klager dient klacht in tegen de tuchtbeslissing van 11/06/2025 omdat hij meent dat hij zelf werd aangevallen. Hij is het niet eens dat de andere partij geen sanctie krijgt, terwijl er camera’s en getuigen zouden zijn waaruit blijkt dat hij werd aangevallen.
In eerste instantie meent de klachtencommissie dat het RAD duidelijk werd opgesteld. De klachtencommissie stelt vast aan de hand van het voldoende duidelijk opgestelde RAD dat er geen sprake is van wettige zelfverdediging. Voor het bewezen verklaren van de tuchtrechtelijke inbreuk is het daarnaast irrelevant of klager het gevecht al dan niet heeft geïnitieerd. De klachtencommissie is ook van oordeel dat klager geen overtuigende elementen heeft aangevoerd waaruit de klachtencommissie kan afleiden dat het rapport geen correcte weergave zou zijn van de feiten. Uit het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting blijkt dat klager niet ontkent dat hij de fysieke integriteit van zijn medegedetineerde opzettelijk heeft aangetast. De klachtencommissie ziet dan ook geen reden waarom de directie nog bijkomend de camerabeelden had moeten bekijken aangezien het RAD voldoende gedetailleerd en duidelijk is en klager zelf toegeeft dat hij een slag heeft gegeven aan de betrokken medegedetineerde. De directie heeft afdoende gemotiveerd waarom de feiten een tuchtrechtelijke inbreuk uitmaakten. De klachtencommissie besluit dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager.
De tuchtsanctie was eveneens wettig. De klachtencommissie is van oordeel dat de sanctie ook niet onredelijk of onbillijk was gelet op de ernst van de feiten. Om deze redenen is de klacht niet gegrond.