KC38/25-0029
Non fondée
Fondée
Irrecevable
KC - Dendermonde-Hulp
Commission des plaintes
Disciplinaire
Pas de décision du directeur
Mesure d'ordre
TUCHT - ARBEID - ONTSLAG - BEZOEK
De klacht betreft een tuchtbeslissing, een ‘tafelbezoek’ en een afzetting van werk van de directie van de gevangenis van Dendermonde-Hulp.
Over de tuchtbeslissing: de directie heeft een tuchtsanctie van 14 dagen ATV voor de volgende inbreuken van de eerste categorie: 1) de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee en 2) de opzettelijke aantasting van de orde opgelegd. De klachtencommissie ziet geen reden waarom de directie zich bij het nemen van de bestreden beslissing niet had mogen steunen op het rapport aan de directeur. De directie kon de feiten, zoals die duidelijk en uitdrukkelijk in het RAD werden beschreven, voor waar en als voldoende aannemen. De directie kon dan ook binnen de grenzen van de redelijkheid oordelen dat de feiten die aan klager werden ten laste gelegd, bewezen waren.
De klachtencommissie stelt vast dat de tuchtprocedure door de directie correct gevolgd werd. De feiten vormen tuchtrechtelijke inbreuken van de eerste categorie , die kunnen worden gestraft met een maximum van 30 dagen ATV. De klachtencommissie stelt vast dat de directie rekening heeft gehouden met de voorlopige maatregel, de omvang van de feiten en geen onredelijk zware straf van 14 dagen ATV heeft opgelegd. De klacht is om deze redenen ongegrond.
Over de afzetting van werk: klager heeft een klacht ingediend op 13/06/2025 tegen een afzetting van werk (een ontslagbeslissing). De directie heeft tevens in haar verweer het volgende verklaard: “Dat hij zijn werk kwijt is, is geen tuchtsanctie doch het gevolg van de duurtijd van de opgelegde sanctie waardoor zijn werkplek, omwille van de continuïteit ervan, werd ingenomen door een andere gedetineerde”. In casu betreft dit geen “feitelijk gegeven”, maar een afzetting van werk die automatisch voortvloeit uit de duur van de tuchtsanctie. De klachtencommissie leidt hieruit af dat hoewel er geen schriftelijke beslissing over de afzetting van werk werd genomen, deze beslissing voortvloeit uit de tuchtbeslissing van 11/06/2025.
Door de beslissing tot afzetting meteen te nemen, doet deze zich voor als een tweede bijkomende (verdoken) tuchtsanctie. De klachtencommissie meent dan ook dat de directie het cumulverbod uit artikel 143, §3 van de Basiswet omzeilt, door klager meteen af te zetten van zijn werk. Bovendien dient elke beslissing die wordt genomen in het kader van de Basiswet, gemotiveerd te worden. De motiveringsplicht is bovendien uitdrukkelijk opgenomen in artikel 8 van de Basiswet en beoogt de gedetineerde te informeren over de motieven die ten grondslag liggen aan de beslissing. Klager werd niet van de motieven van de beslissing tot afzetting van werk op de hoogte gesteld. De klacht is bijgevolg gegrond.
Over het tafelbezoek: klager verwijst niet naar een beslissing door of namens de directie van een bepaalde datum. Hij maakt ook niet duidelijk waarover de beslissing gaat of waarom hij het niet eens is met deze beslissing. Het is aan klager om zo duidelijk mogelijk te vermelden waarover hij klacht indient en waarom. Uit de klacht van klager kan dit niet worden opgemaakt. De klacht is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
De klacht betreft een tuchtbeslissing, een ‘tafelbezoek’ en een afzetting van werk van de directie van de gevangenis van Dendermonde-Hulp.
Over de tuchtbeslissing: de directie heeft een tuchtsanctie van 14 dagen ATV voor de volgende inbreuken van de eerste categorie: 1) de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee en 2) de opzettelijke aantasting van de orde opgelegd. De klachtencommissie ziet geen reden waarom de directie zich bij het nemen van de bestreden beslissing niet had mogen steunen op het rapport aan de directeur. De directie kon de feiten, zoals die duidelijk en uitdrukkelijk in het RAD werden beschreven, voor waar en als voldoende aannemen. De directie kon dan ook binnen de grenzen van de redelijkheid oordelen dat de feiten die aan klager werden ten laste gelegd, bewezen waren.
De klachtencommissie stelt vast dat de tuchtprocedure door de directie correct gevolgd werd. De feiten vormen tuchtrechtelijke inbreuken van de eerste categorie , die kunnen worden gestraft met een maximum van 30 dagen ATV. De klachtencommissie stelt vast dat de directie rekening heeft gehouden met de voorlopige maatregel, de omvang van de feiten en geen onredelijk zware straf van 14 dagen ATV heeft opgelegd. De klacht is om deze redenen ongegrond.
Over de afzetting van werk: klager heeft een klacht ingediend op 13/06/2025 tegen een afzetting van werk (een ontslagbeslissing). De directie heeft tevens in haar verweer het volgende verklaard: “Dat hij zijn werk kwijt is, is geen tuchtsanctie doch het gevolg van de duurtijd van de opgelegde sanctie waardoor zijn werkplek, omwille van de continuïteit ervan, werd ingenomen door een andere gedetineerde”. In casu betreft dit geen “feitelijk gegeven”, maar een afzetting van werk die automatisch voortvloeit uit de duur van de tuchtsanctie. De klachtencommissie leidt hieruit af dat hoewel er geen schriftelijke beslissing over de afzetting van werk werd genomen, deze beslissing voortvloeit uit de tuchtbeslissing van 11/06/2025.
Door de beslissing tot afzetting meteen te nemen, doet deze zich voor als een tweede bijkomende (verdoken) tuchtsanctie. De klachtencommissie meent dan ook dat de directie het cumulverbod uit artikel 143, §3 van de Basiswet omzeilt, door klager meteen af te zetten van zijn werk. Bovendien dient elke beslissing die wordt genomen in het kader van de Basiswet, gemotiveerd te worden. De motiveringsplicht is bovendien uitdrukkelijk opgenomen in artikel 8 van de Basiswet en beoogt de gedetineerde te informeren over de motieven die ten grondslag liggen aan de beslissing. Klager werd niet van de motieven van de beslissing tot afzetting van werk op de hoogte gesteld. De klacht is bijgevolg gegrond.
Over het tafelbezoek: klager verwijst niet naar een beslissing door of namens de directie van een bepaalde datum. Hij maakt ook niet duidelijk waarover de beslissing gaat of waarom hij het niet eens is met deze beslissing. Het is aan klager om zo duidelijk mogelijk te vermelden waarover hij klacht indient en waarom. Uit de klacht van klager kan dit niet worden opgemaakt. De klacht is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.