KC38/25-0010
Non fondée
KC - Dendermonde-Hulp
Commission des plaintes
Disciplinaire
TUCHT - VERBODEN VOORWERPEN
Klager dient klacht in omdat hij elke zondag een doorzichtige fles met proteïne shake meenam naar de fitnes. Dit was nooit een probleem tot een beambte klager hierover aansprak en hem zei dat ze niet door de fles kan zien en hij die niet mag meenemen. Klager meent dat hij niet agressief heeft gereageerd. Klager heeft hierdoor niet meer mogen fitnessen. Klager vindt dat hij oneerlijk is gestraft.
De klachtencommissie stelt aan de hand van het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting vast dat klager niet ontkent dat hij een fles met melk mee naar de fitness wilde nemen – terwijl enkel water is toegestaan – maar wel stelt dat het RAD onjuist is omdat hij deze uitspraken niet gedaan zou hebben. De beambte zou arrogant naar hem toe zijn geweest. De klachtencommissie is van oordeel dat klager geen overtuigende elementen heeft aangevoerd waaruit de klachtencommissie kan afleiden dat het rapport geen correcte weergave zou zijn van de feiten. De directie heeft afdoende gemotiveerd waarom de feiten een tuchtrechtelijke inbreuk uitmaakten. De klachtencommissie is dan ook van oordeel dat de uitspraken van klager, zoals weergegeven in het RAD, beledigingen uitmaken. De klachtencommissie besluit dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager.
Klager dient klacht in omdat hij elke zondag een doorzichtige fles met proteïne shake meenam naar de fitnes. Dit was nooit een probleem tot een beambte klager hierover aansprak en hem zei dat ze niet door de fles kan zien en hij die niet mag meenemen. Klager meent dat hij niet agressief heeft gereageerd. Klager heeft hierdoor niet meer mogen fitnessen. Klager vindt dat hij oneerlijk is gestraft.
De klachtencommissie stelt aan de hand van het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting vast dat klager niet ontkent dat hij een fles met melk mee naar de fitness wilde nemen – terwijl enkel water is toegestaan – maar wel stelt dat het RAD onjuist is omdat hij deze uitspraken niet gedaan zou hebben. De beambte zou arrogant naar hem toe zijn geweest. De klachtencommissie is van oordeel dat klager geen overtuigende elementen heeft aangevoerd waaruit de klachtencommissie kan afleiden dat het rapport geen correcte weergave zou zijn van de feiten. De directie heeft afdoende gemotiveerd waarom de feiten een tuchtrechtelijke inbreuk uitmaakten. De klachtencommissie is dan ook van oordeel dat de uitspraken van klager, zoals weergegeven in het RAD, beledigingen uitmaken. De klachtencommissie besluit dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager.