KC38/24-0006
Fondée
KC - Dendermonde-Hulp
Commission des plaintes
Disciplinaire
TUCHT - HUISHOUDELIJK REGLEMENT
De klacht betreft een tuchtbeslissing van 27/08/2024 van de directie van de gevangenis.
In het tuchtdossier is een RAD voorhanden op basis waarvan de tuchtprocedure t.a.v. klager werd ingesteld. Op tuchtrechtelijke hoorzitting van 27/08/2024 verklaart klager dat hij niet met zijn stoel naar de beambte heeft gegooid, maar dat zijn waterflesje van de frigo is gevallen. Bovendien verklaart hij dat hij op toilet zat en de beambte 3 keer is komen kijken door het winket. Klager is het oneens met de tuchtbeslissing van 27/08/2024 waarbij hem een tuchtsanctie van 30 dagen ATV werd opgelegd.
Hij werd door de directeur schuldig bevonden aan: 1) de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee, 2) de opzettelijke aantasting van de orde, 3) het
niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen en 4) het veroorzaken van lawaaihinder die het goede verloop van de activiteiten van de gevangenis verstoort. Uit de tuchtbeslissing van 27/08/2024 blijkt niet welke tuchtfeiten verweten worden aan klager.
Ten eerste acht de klachtencommissie het onvoldoende gemotiveerd waarom klager schuldig zou zijn aan “de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee”. Zo wordt in de motivering van de tuchtbeslissing niet vermeld in welke mate klager de fysieke integriteit van personen (van wie?) heeft aangetast. Ten tweede acht de klachtencommissie het onvoldoende gemotiveerd waarom klager schuldig zou zijn aan “de opzettelijke aantasting van de orde”. Op welke wijze heeft klager de orde aangetast? Vervolgens acht de klachtencommissie het ook onvoldoende gemotiveerd waarom klager schuldig zou zijn aan “het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen”. Welke bepalingen heeft klager niet nageleefd? Er wordt nergens verwezen naar een bepaling van het huishoudelijk reglement.
Ten slotte acht de klachtencommissie het ook onvoldoende gemotiveerd waarom klager schuldig zou zijn aan “het veroorzaken van lawaaihinder die het goede verloop van de activiteiten van de
gevangenis verstoort”. Zo wordt in de motivering van de tuchtbeslissing niet vermeld in welke mate klager het goede verloop van de activiteiten (welke activiteiten?) van de gevangenis heeft verstoord
door lawaaihinder te veroorzaken. De klachtencommissie benadrukt nogmaals het belang van de motivering van de beslissingen die genomen worden op basis van de Basiswet. Het is belangrijk dat de gedetineerde op basis van de gegeven motivatie begrijpt wat de beslissing inhoudt en waarom deze werd genomen. Klager kon onmogelijk de precieze draagwijdte kennen van de ten aanzien van hem genomen tuchtbeslissing voor wat betreft voormelde tuchtinbreuken. Deze tuchtinbreuken kunnen dan ook niet worden weerhouden. De klacht van klager is om deze reden gegrond.
De klacht betreft een tuchtbeslissing van 27/08/2024 van de directie van de gevangenis.
In het tuchtdossier is een RAD voorhanden op basis waarvan de tuchtprocedure t.a.v. klager werd ingesteld. Op tuchtrechtelijke hoorzitting van 27/08/2024 verklaart klager dat hij niet met zijn stoel naar de beambte heeft gegooid, maar dat zijn waterflesje van de frigo is gevallen. Bovendien verklaart hij dat hij op toilet zat en de beambte 3 keer is komen kijken door het winket. Klager is het oneens met de tuchtbeslissing van 27/08/2024 waarbij hem een tuchtsanctie van 30 dagen ATV werd opgelegd.
Hij werd door de directeur schuldig bevonden aan: 1) de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee, 2) de opzettelijke aantasting van de orde, 3) het
niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen en 4) het veroorzaken van lawaaihinder die het goede verloop van de activiteiten van de gevangenis verstoort. Uit de tuchtbeslissing van 27/08/2024 blijkt niet welke tuchtfeiten verweten worden aan klager.
Ten eerste acht de klachtencommissie het onvoldoende gemotiveerd waarom klager schuldig zou zijn aan “de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee”. Zo wordt in de motivering van de tuchtbeslissing niet vermeld in welke mate klager de fysieke integriteit van personen (van wie?) heeft aangetast. Ten tweede acht de klachtencommissie het onvoldoende gemotiveerd waarom klager schuldig zou zijn aan “de opzettelijke aantasting van de orde”. Op welke wijze heeft klager de orde aangetast? Vervolgens acht de klachtencommissie het ook onvoldoende gemotiveerd waarom klager schuldig zou zijn aan “het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen”. Welke bepalingen heeft klager niet nageleefd? Er wordt nergens verwezen naar een bepaling van het huishoudelijk reglement.
Ten slotte acht de klachtencommissie het ook onvoldoende gemotiveerd waarom klager schuldig zou zijn aan “het veroorzaken van lawaaihinder die het goede verloop van de activiteiten van de
gevangenis verstoort”. Zo wordt in de motivering van de tuchtbeslissing niet vermeld in welke mate klager het goede verloop van de activiteiten (welke activiteiten?) van de gevangenis heeft verstoord
door lawaaihinder te veroorzaken. De klachtencommissie benadrukt nogmaals het belang van de motivering van de beslissingen die genomen worden op basis van de Basiswet. Het is belangrijk dat de gedetineerde op basis van de gegeven motivatie begrijpt wat de beslissing inhoudt en waarom deze werd genomen. Klager kon onmogelijk de precieze draagwijdte kennen van de ten aanzien van hem genomen tuchtbeslissing voor wat betreft voormelde tuchtinbreuken. Deze tuchtinbreuken kunnen dan ook niet worden weerhouden. De klacht van klager is om deze reden gegrond.