Ga verder naar de inhoud

KC38/24-0004

Fondée KC - Dendermonde-Hulp Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - ARBEID - ONTSLAG - PERSONEEL

De klacht betreft een tuchtbeslissing van 31/07/2024 en een afzetting van werk van de directie van de gevangenis.

Wat betreft de klacht m.b.t. de tuchtbeslissing:
Klager is het oneens met de tuchtbeslissing van 31/07/2024 waarbij hem een tuchtsanctie van 5 dagen ATV werd opgelegd. In het dossier zijn er 2 RAD’s van 26/07/2024 voorhanden, op basis waarvan een tuchtprocedure ten aanzien van klager werd gevoerd. Klager, met bijstand van zijn advocaat mr. Goffart, werd gehoord op de tuchtrechtelijke hoorzitting van 31/07/2024. Er werd in de tuchtbeslissing één tuchtinbreuk van de tweede categorie aangekruist, zijnde: “het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel”.

Uit de tuchtbeslissing en de motivering van de tuchtbeslissing van 31/07/2024 blijkt niet welke tuchtfeiten verweten worden aan klager. De klachtencommissie acht het onvoldoende gemotiveerd
waarom klager schuldig zou zijn aan “het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel”. Zo wordt in de motivering van de tuchtbeslissing niet vermeld aan welke
aanmaningen en bevelen van het personeel klager geen gevolg heeft gegeven. De klacht van klager is om deze reden gegrond.


Wat betreft de klacht m.b.t. de afzetting van werk:
Klager beklaagt zich over een afzetting van werk. Klager was tewerkgesteld en het voelt voor hem als dubbele bestraffing dat hij ook werd ontslagen. De directie geeft aan dat klager zijn werk heeft verloren door zijn onbeschikbaarheid tijdens zijn verblijf in ATV. Hoewel de directie er zich inderdaad moet van vergewissen dat een ontslag, dat gelijktijdig met een tuchtsanctie wordt opgelegd, zich niet voordoet als een bijkomende (verdoken) tuchtmaatregel, stelt de klachtencommissie vast dat het ontslag thans enkel en alleen voortvloeit uit de onbeschikbaarheid van klager gedurende zijn verblijf in ATV. Echter, gelet op de gegrondheid van de klacht tegen de tuchtbeslissing van 31/07/2024 (cfr. supra), kent de klachtencommissie de volgende tegemoetkoming aan klager toe: hij dient bovenaan de wachtlijst geplaatst te worden voor een gelijkwaardige functie.