KC34/26-0012
Non fondée
KC - Hoogstraten
Commission des plaintes
Disciplinaire
TUCHT
De klacht gaat over een tuchtbeslissing van 30/04/2026 van de directie van de gevangenis van Hoogstraten.
Klager kreeg in voorliggende zaak een tuchtsanctie van 10 dagen ATV, omdat hij door de directeur schuldig werd bevonden aan een inbreuk van de eerste categorie “de opzettelijke aantasting van de psychische integriteit van personen, of de bedreiging daarmee”.
De klachtencommissie ziet geen reden waarom de directie zich bij het nemen van de bestreden beslissing niet had mogen steunen op het rapport aan de directeur (RAD). De directie kon de feiten, zoals die duidelijk en uitdrukkelijk in het RAD werden beschreven, voor waar en als voldoende aannemen. De directie kon dan ook binnen de grenzen van de redelijkheid oordelen dat de feiten die aan klager werden ten laste gelegd, bewezen waren. De motivering voldoet volgens de klachtencommissie aan de vereisten van artikel 8 van de Basiswet, aangezien deze ingaat op de elementen waaruit de opzettelijke aantasting van de psychische integriteit van personen, of de bedreiging daarmee blijkt.
De feiten vormen een tuchtrechtelijk inbreuk van de eerste categorie. Voor een tuchtinbreuk van de eerste categorie kan maximaal 30 dagen ATV worden opgelegd zodat de tuchtsanctie wettig was. De klachtencommissie stelt vast dat de directie rekening heeft gehouden met de omvang van de feiten en geen onredelijk of onbillijke straf van 10 dagen ATV heeft opgelegd. Om deze redenen is de klacht ongegrond.
De klacht gaat over een tuchtbeslissing van 30/04/2026 van de directie van de gevangenis van Hoogstraten.
Klager kreeg in voorliggende zaak een tuchtsanctie van 10 dagen ATV, omdat hij door de directeur schuldig werd bevonden aan een inbreuk van de eerste categorie “de opzettelijke aantasting van de psychische integriteit van personen, of de bedreiging daarmee”.
De klachtencommissie ziet geen reden waarom de directie zich bij het nemen van de bestreden beslissing niet had mogen steunen op het rapport aan de directeur (RAD). De directie kon de feiten, zoals die duidelijk en uitdrukkelijk in het RAD werden beschreven, voor waar en als voldoende aannemen. De directie kon dan ook binnen de grenzen van de redelijkheid oordelen dat de feiten die aan klager werden ten laste gelegd, bewezen waren. De motivering voldoet volgens de klachtencommissie aan de vereisten van artikel 8 van de Basiswet, aangezien deze ingaat op de elementen waaruit de opzettelijke aantasting van de psychische integriteit van personen, of de bedreiging daarmee blijkt.
De feiten vormen een tuchtrechtelijk inbreuk van de eerste categorie. Voor een tuchtinbreuk van de eerste categorie kan maximaal 30 dagen ATV worden opgelegd zodat de tuchtsanctie wettig was. De klachtencommissie stelt vast dat de directie rekening heeft gehouden met de omvang van de feiten en geen onredelijk of onbillijke straf van 10 dagen ATV heeft opgelegd. Om deze redenen is de klacht ongegrond.