Ga verder naar de inhoud

KC34/25-0033

Non fondée KC - Hoogstraten Commission des plaintes Mesure d'ordre
ONTSLAG

Klager dient klacht in tegen zijn ontslag als hulpdiender. De klachtencommissie stelt vast dat klager onder situatie 2 van de dienstnota valt, namelijk de gedetineerde is niet (langer) geschikt voor die arbeidspost. Deze richtlijnen bepalen dat dit tot onmiddellijk gevolg heeft dat gedetineerd wordt afgezet van werk. Die maatregel moet in alle gevallen schriftelijk worden genomen en worden gemotiveerd. De motivering moet de gedetineerde toelaten te begrijpen waarom hij niet langer als “geschikt” wordt beschouwd.

De directeur kan voor het bewijs steunen op materiële vaststellingen, bekentenissen, getuigenissen of vermoedens, zolang hij bij zijn beoordeling van het bewezen zijn van de feiten tot een conclusie komt die de grenzen van de redelijkheid niet te buiten gaan. De rapporten aan de directeur vormen daarbij een belangrijke basis als bewijs. De directie mag in de motivering van haar beslissing verwijzen naar een voldoende duidelijk opgesteld RAD. Uit het RAD van 09/10/2025 blijkt inderdaad dat klager aan de beambte heeft gevraagd om water af te geven aan een cel, maar dat hij daar een gele bus afwas zeep heeft binnen gezet, die hij ontvreemd heeft uit de keuken. Hoewel klager in zijn klacht stelt dat het om een misverstand zou gaan, is de klachtencommissie van oordeel dat het RAD voldoende duidelijk is en hieruit blijkt dat klager niet heeft gevraagd om ook zeep af te geven aan een cel. De klachtencommissie stelt vast dat de directie de ordemaatregel schriftelijk motiveerde. Ook werd voldaan aan de vereiste dat de motivering moet toelaten dat de gedetineerde begrijpt waarom hij niet langer als geschikt wordt beschouwd voor de arbeidspost.

De beslissing tot afzetting van werk is dus niet onwettig. De beslissing is daarnaast niet onredelijk of onbillijk.