KC34/25-0006
Non fondée
KC - Hoogstraten
Commission des plaintes
Disciplinaire
TUCHT – TABAK – HUISHOUDELIJK REGLEMENT
Klager dient klacht in tegen een tuchtbeslissing. Klager legt in zijn formulieren uit dat hij ’s ochtends zijn cel aan het poetsen was. Hij heeft normalerwijze een leeg colablikje op grond staan voor wanneer hij rookt op het toilet. Omdat hij zijn cel aan het poetsen was, heeft hij het blikje op zijn bed gelegd (zonder peuk in). Hij was vergeten het blikje terug op de grond te zetten. Zijn cel werd nadien gecontroleerd om te zien of het proper was en deze was inderdaad proper. Klager legt uit dat hij niet rookt in bed, alleen op zijn stoel of op toilet. De volgende ochtend komt een beambte hem wakker maken, hij stampt op zijn bed. Hij heeft het blikje opgemerkt en klager heeft deze afgegeven. In het blikje bevond zich geen peuk. Er is volgens klager geen bewijsstuk voorhanden en niemand heeft hem zien roken in bed. Hij heeft niet gerookt in zijn bed, want hij weet dat dat een regel is. De tuchtsanctie werd hem onterecht opgelegd.
De directie heeft voldoende gemotiveerd en verduidelijkt in haar tuchtbeslissing welke bepaling van het huishoudelijk reglement door klager geschonden werd, met name: “In het PSC Hoogstraten is het toegestaan te roken in de verblijfsruimte, op de wandeling en in de voorziene rokersruimten. Omwille van de brandveiligheid is het niet toegestaan in het bed te roken”.
De klachtencommissie meent dat klager geen argumenten opwerpt die aan de vaststellingen opgenomen in het RAD zouden doen twijfelen. De klachtencommissie acht de tuchtinbreuk dan ook bewezen en meent dat de directie deze aan klager kon toerekenen. Klager kon voor deze tuchtinbreuken maximaal 15 dagen ATV krijgen. Klager kreeg 3 dagen ATV wat overkomt als een tuchtsanctie die in verhouding staat tot de gepleegde inbreuk.
Om deze redenen is de klacht ongegrond.
Klager dient klacht in tegen een tuchtbeslissing. Klager legt in zijn formulieren uit dat hij ’s ochtends zijn cel aan het poetsen was. Hij heeft normalerwijze een leeg colablikje op grond staan voor wanneer hij rookt op het toilet. Omdat hij zijn cel aan het poetsen was, heeft hij het blikje op zijn bed gelegd (zonder peuk in). Hij was vergeten het blikje terug op de grond te zetten. Zijn cel werd nadien gecontroleerd om te zien of het proper was en deze was inderdaad proper. Klager legt uit dat hij niet rookt in bed, alleen op zijn stoel of op toilet. De volgende ochtend komt een beambte hem wakker maken, hij stampt op zijn bed. Hij heeft het blikje opgemerkt en klager heeft deze afgegeven. In het blikje bevond zich geen peuk. Er is volgens klager geen bewijsstuk voorhanden en niemand heeft hem zien roken in bed. Hij heeft niet gerookt in zijn bed, want hij weet dat dat een regel is. De tuchtsanctie werd hem onterecht opgelegd.
De directie heeft voldoende gemotiveerd en verduidelijkt in haar tuchtbeslissing welke bepaling van het huishoudelijk reglement door klager geschonden werd, met name: “In het PSC Hoogstraten is het toegestaan te roken in de verblijfsruimte, op de wandeling en in de voorziene rokersruimten. Omwille van de brandveiligheid is het niet toegestaan in het bed te roken”.
De klachtencommissie meent dat klager geen argumenten opwerpt die aan de vaststellingen opgenomen in het RAD zouden doen twijfelen. De klachtencommissie acht de tuchtinbreuk dan ook bewezen en meent dat de directie deze aan klager kon toerekenen. Klager kon voor deze tuchtinbreuken maximaal 15 dagen ATV krijgen. Klager kreeg 3 dagen ATV wat overkomt als een tuchtsanctie die in verhouding staat tot de gepleegde inbreuk.
Om deze redenen is de klacht ongegrond.