KC34/25-0005
Non fondée
Fondée
KC - Hoogstraten
Commission des plaintes
Mesure provisoire
Mesure de sécurité particulière
VOORLOPIGE MAATREGEL - BIJZONDERE VEILIGHEIDSMAATREGEL
De klacht betreft de verlenging van een voorlopige maatregel en de verlenging van een BVM van de directie van de gevangenis van Hoogstraten. De klachtencommissie vermoedt dat de directie waarschijnlijk de bedoeling had om een voorlopige maatregel op te leggen in afwachting van de BVM. Dit wordt bevestigd doordat de duurtijd van de voorlopige maatregel werd aangerekend op de duurtijd van de BVM, namelijk “regime ATV vanaf 26/12/2024 om 14u tot opleggen BVM dd. 27/12/2024. BVM vanaf 26/12/2024 om 14u tot 02/01/2025 om 14u”. Dit laat de wet echter niet toe. De Basiswet voorziet niet in een voorlopige maatregel in afwachting van een BVM, zoals de Basiswet wel voorziet in een voorlopige maatregel in afwachting van een tuchtbeslissing. Meer nog, de Basiswet bepaalt expliciet een oplossing wanneer de situatie geen enkel uitstel duldt. In dat geval kunnen andere personeelsleden een BVM opleggen en neemt de directeur dan een definitieve beslissing. De klachtencommissie is bijgevolg van oordeel dat er geen wettelijke basis, noch noodzaak was om een voorlopige maatregel op te leggen. De beslissing tot het opleggen van een voorlopige maatregel is onwettig. Omwille van deze redenen is dit aspect van de klacht kennelijk gegrond. De voorlopige maatregel van 26/12/2024 wordt vernietigd. De klachtencommissie kent verder geen tegemoetkoming toe.
Het opleggen van een BVM is geregeld in de artikelen 110-115 van de Basiswet. De directie kan een bijzondere veiligheidsmaatregel opleggen wanneer er ernstige aanwijzingen bestaan van een gevaar voor de orde of de veiligheid. De bijzondere veiligheidsmaatregel moet evenredig zijn aan de bedreiging en moet de bedreiging verhelpen. Vooraleer de directeur een beslissing neemt, wordt de gedetineerde gehoord. De gedetineerde wordt schriftelijk in kennis gesteld van de beslissing, alsmede van de motieven die aan de beslissing ten grondslag liggen. Een BVM mag niet langer duren dan 7 dagen. De maatregelen kunnen verlengd worden, mits een gemotiveerde beslissing van de directeur en nadat de gedetineerde opnieuw werd gehoord. Een BVM kan maximaal driemaal verlengd worden. Bovendien stelt de klachtencommissie vast dat klager voorafgaand aan deze beslissing werd gehoord door de directie. Uit het verslag van het horen van de gedetineerde blijkt dat de directie haar motivering van de verlenging van de beslissing voorleest aan klager, zoals hierboven werd weergegeven. Klager reageert hierop dat ze een spelletje aan het spelen zijn met hem. Hij zegt dat hij niets gedaan heeft en ze geen bewijzen hebben tegen hem. Dit bevestigt dus dat de procedure correct werd gevolgd en dat klager op de hoogte was van de verlenging, die hij bovendien zelf heeft ondertekend.Omwille van deze redenen is dit aspect van de klacht kennelijk ongegrond.
De klacht betreft de verlenging van een voorlopige maatregel en de verlenging van een BVM van de directie van de gevangenis van Hoogstraten. De klachtencommissie vermoedt dat de directie waarschijnlijk de bedoeling had om een voorlopige maatregel op te leggen in afwachting van de BVM. Dit wordt bevestigd doordat de duurtijd van de voorlopige maatregel werd aangerekend op de duurtijd van de BVM, namelijk “regime ATV vanaf 26/12/2024 om 14u tot opleggen BVM dd. 27/12/2024. BVM vanaf 26/12/2024 om 14u tot 02/01/2025 om 14u”. Dit laat de wet echter niet toe. De Basiswet voorziet niet in een voorlopige maatregel in afwachting van een BVM, zoals de Basiswet wel voorziet in een voorlopige maatregel in afwachting van een tuchtbeslissing. Meer nog, de Basiswet bepaalt expliciet een oplossing wanneer de situatie geen enkel uitstel duldt. In dat geval kunnen andere personeelsleden een BVM opleggen en neemt de directeur dan een definitieve beslissing. De klachtencommissie is bijgevolg van oordeel dat er geen wettelijke basis, noch noodzaak was om een voorlopige maatregel op te leggen. De beslissing tot het opleggen van een voorlopige maatregel is onwettig. Omwille van deze redenen is dit aspect van de klacht kennelijk gegrond. De voorlopige maatregel van 26/12/2024 wordt vernietigd. De klachtencommissie kent verder geen tegemoetkoming toe.
Het opleggen van een BVM is geregeld in de artikelen 110-115 van de Basiswet. De directie kan een bijzondere veiligheidsmaatregel opleggen wanneer er ernstige aanwijzingen bestaan van een gevaar voor de orde of de veiligheid. De bijzondere veiligheidsmaatregel moet evenredig zijn aan de bedreiging en moet de bedreiging verhelpen. Vooraleer de directeur een beslissing neemt, wordt de gedetineerde gehoord. De gedetineerde wordt schriftelijk in kennis gesteld van de beslissing, alsmede van de motieven die aan de beslissing ten grondslag liggen. Een BVM mag niet langer duren dan 7 dagen. De maatregelen kunnen verlengd worden, mits een gemotiveerde beslissing van de directeur en nadat de gedetineerde opnieuw werd gehoord. Een BVM kan maximaal driemaal verlengd worden. Bovendien stelt de klachtencommissie vast dat klager voorafgaand aan deze beslissing werd gehoord door de directie. Uit het verslag van het horen van de gedetineerde blijkt dat de directie haar motivering van de verlenging van de beslissing voorleest aan klager, zoals hierboven werd weergegeven. Klager reageert hierop dat ze een spelletje aan het spelen zijn met hem. Hij zegt dat hij niets gedaan heeft en ze geen bewijzen hebben tegen hem. Dit bevestigt dus dat de procedure correct werd gevolgd en dat klager op de hoogte was van de verlenging, die hij bovendien zelf heeft ondertekend.Omwille van deze redenen is dit aspect van de klacht kennelijk ongegrond.