Ga verder naar de inhoud

KC34/24-0025

Fondée KC - Hoogstraten Commission des plaintes Mesure d'ordre
ORDEMAATREGEL – VERBODEN SUBSTANTIES

Klager dient klacht in tegen een ordemaatregel. Klager werd voor een periode van 3 maanden uitgesloten voor deelname aan de voetbaltrainingen en -matchen.

Uit de ordemaatregel blijkt dat klager gesanctioneerd werd omdat een pakje waarop zijn voornaam stond vermeld, ingepakt in plasticfolie, aangetroffen werd achter een zitbank van de voetbaltribune. Klager verklaart dat hij niets met die feiten te maken heeft.

De klachtencommissie is de mening toegedaan dat de directie de feiten niet bewezen kon achten. Een voornaam op een pakje bewijst niet dat het pakje aan klager toebehoort of dat klager betrokken is bij een vermoedelijke handel van verboden middelen in de gevangenis. Iemand had zijn voornaam op het pakje kunnen schrijven om hem “erin te luizen”, om de directie te misleiden of had zich ook kunnen vergissen van voornaam, …

Gelet op het vermoeden van onschuld, de gebrekkige ‘bewijzen’, kon de directie de feiten (de verboden substanties) niet toerekenen aan klager. Klager kan niet zonder meer verantwoordelijk worden gesteld hiervoor, zoals blijkt uit voorgaande redenering. De directeur kon in dit geval klager niet verantwoordelijk achten voor het bezit of de handel van verboden substanties. De ordemaatregel om klager 3 maanden uit te sluiten voor deelname aan de voetbaltrainingen en - matchen is dan ook onwettig, onredelijk en onbillijk. De ordemaatregel moet vernietigd worden.

De klacht tegen de ordemaatregel is gegrond. Klager moet zo spoedig mogelijk opnieuw kunnen deelnemen aan de voetbaltrainingen en -matchen.