KC34/24-0015
Non fondée
Irrecevable
KC - Hoogstraten
Commission des plaintes
Disciplinaire
TUCHT - ONGEGROND
De klacht betreft twee tuchtbeslissingen van de directie van de gevangenis.
De klacht tegen de eerste tuchtbeslissing is niet-ontvankelijk. Volgens artikel 150, §5 Basiswet dient een klacht uiterlijk de zevende dag na die waarop de gedetineerde kennis heeft gekregen van de beslissing waarover hij zich wenst te beklagen, te worden ingediend. Een klacht die werd ingediend na afloop van deze termijn is niettemin ontvankelijk indien blijkt, rekening houdend met alle omstandigheden, dat de gedetineerde de klacht zo spoedig heeft ingediend als redelijkerwijs van hem verlangd kon worden.
De klacht tegen de tweede tuchtbeslissing is ontvankelijk, doch ongegrond.
Klager kreeg hiervoor een voorwaardelijke tuchtsanctie van zeven dagen ATV opgelegd. De maximumsanctie voor deze tuchtinbreuk is 30 dagen ATV. De sanctie is in elk geval dus wettelijk.
De klachtencommissie acht de sanctie bovendien ook niet onredelijk, gegeven het voorwaardelijk karakter ervan (en dus de geringe impact) en de maximumsanctie die de directie kon opleggen.
Tot slot buigt de klachtencommissie zich over de motivering van de tuchtsanctie. Hoewel dit een uiterst summiere motivering betreft, meent de klachtencommissie dat op voldoende wijze blijkt waarom aan klager een tuchtsanctie werd opgelegd.
Om bovenstaande redenen, is de klacht tegen de tweede tuchtbeslissing ongegrond. De bestreden tuchtbeslissing blijft bestaan.
De klacht betreft twee tuchtbeslissingen van de directie van de gevangenis.
De klacht tegen de eerste tuchtbeslissing is niet-ontvankelijk. Volgens artikel 150, §5 Basiswet dient een klacht uiterlijk de zevende dag na die waarop de gedetineerde kennis heeft gekregen van de beslissing waarover hij zich wenst te beklagen, te worden ingediend. Een klacht die werd ingediend na afloop van deze termijn is niettemin ontvankelijk indien blijkt, rekening houdend met alle omstandigheden, dat de gedetineerde de klacht zo spoedig heeft ingediend als redelijkerwijs van hem verlangd kon worden.
De klacht tegen de tweede tuchtbeslissing is ontvankelijk, doch ongegrond.
Klager kreeg hiervoor een voorwaardelijke tuchtsanctie van zeven dagen ATV opgelegd. De maximumsanctie voor deze tuchtinbreuk is 30 dagen ATV. De sanctie is in elk geval dus wettelijk.
De klachtencommissie acht de sanctie bovendien ook niet onredelijk, gegeven het voorwaardelijk karakter ervan (en dus de geringe impact) en de maximumsanctie die de directie kon opleggen.
Tot slot buigt de klachtencommissie zich over de motivering van de tuchtsanctie. Hoewel dit een uiterst summiere motivering betreft, meent de klachtencommissie dat op voldoende wijze blijkt waarom aan klager een tuchtsanctie werd opgelegd.
Om bovenstaande redenen, is de klacht tegen de tweede tuchtbeslissing ongegrond. De bestreden tuchtbeslissing blijft bestaan.