ORDEMAATREGEL - ARBEID - ONTSLAG - MOTIVERING
Artikel 8 Basiswet vereist dat alle beslissingen die in het kader van de Basiswet worden genomen met redenen omkleed zijn. De motivering van een ontslagbeslissing moet zowel in rechte als in feite gebeuren, voldoende duidelijk zijn en betrokkene in staat stellen om de reden van het ontslag te begrijpen.
De klachtencommissie stelt vast dat de ontslagbeslissing wordt verwezen naar een incident waaruit moet blijken dat klager niet geschikt is voor de functie in de bakkerij. De klachtencommissie stelt vast dat alle werkers van de avondshift in de bakkerij ontslagen werden naar aanleiding van de veiligheidsspeld die in de bakvormen werd gevonden. Echter blijft het onduidelijk waarom de directie specifiek klager verantwoordelijk acht voor dit incident. Het is ook niet duidelijk waarom de directie onmiddellijk opteerde voor het ontslag zonder daarbij eerst verder onderzoek te doen naar de verantwoordelijke. De klachtencommissie stelt dat het ontslag ook niet in verhouding is.
De klachtencommissie kan zich ook niet van de indruk ontdoen dat deze ontslagbeslissing een bestraffend karakter heeft en daarmee een verdoken tuchtsanctie vormt.
Om deze redenen is de klacht gegrond
Artikel 8 Basiswet vereist dat alle beslissingen die in het kader van de Basiswet worden genomen met redenen omkleed zijn. De motivering van een ontslagbeslissing moet zowel in rechte als in feite gebeuren, voldoende duidelijk zijn en betrokkene in staat stellen om de reden van het ontslag te begrijpen.
De klachtencommissie stelt vast dat de ontslagbeslissing wordt verwezen naar een incident waaruit moet blijken dat klager niet geschikt is voor de functie in de bakkerij. De klachtencommissie stelt vast dat alle werkers van de avondshift in de bakkerij ontslagen werden naar aanleiding van de veiligheidsspeld die in de bakvormen werd gevonden. Echter blijft het onduidelijk waarom de directie specifiek klager verantwoordelijk acht voor dit incident. Het is ook niet duidelijk waarom de directie onmiddellijk opteerde voor het ontslag zonder daarbij eerst verder onderzoek te doen naar de verantwoordelijke. De klachtencommissie stelt dat het ontslag ook niet in verhouding is.
De klachtencommissie kan zich ook niet van de indruk ontdoen dat deze ontslagbeslissing een bestraffend karakter heeft en daarmee een verdoken tuchtsanctie vormt.
Om deze redenen is de klacht gegrond