KC34/23-0040
Non fondée
KC - Hoogstraten
Commission des plaintes
Disciplinaire
TUCHT - SANCTIE - NON BIS IN IDEM
De klachtencommissie stelt vast dat klager naar aanleiding van de gevonden substantie onder voorlopige maatregel van 19/10/2023 is gezet. De klachtencommissie stelt vast dat men de inhoud van deze voorlopige maatregel nogal ongelukkig geformuleerd heeft als ‘ATV-regime’. Echter werd de voorlopige maatregel niet vanuit sanctionerend oogpunt opgelegd en dit om een ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid te vermijden. Hoewel in de praktijk deze voorlopige maatregel hetzelfde aanvoelt als de tuchtsanctie ATV, is het oogpunt waarmee deze wordt opgelegd verschillend.
Klager haalt in zijn tweede brief aan dat hij meerdere sancties voor hetzelfde feit kreeg. De klachtencommissie stelt vast dat de andere sancties die klager opsomt zoals het gedurende 8 maanden niet in aanmerking komen voor een vertrouwensfunctie en het gedurende 3 maanden geen UV en PV aan kan vragen voortvloeit als gevolg van de tuchtinbreuk. Klager verwijst naar een bepaling uit het huishoudelijk reglement. Echter slaat dit op de tuchtprocedure waarin klager slechts eenmaal gestraft kan worden.
Het in aanmerking komen voor een vertrouwensfunctie valt onder de discretionaire bevoegdheid van de directie. Klager kan zich echter wel aanbieden voor een vertrouwensfunctie. Dat de directie de toewijzing afhankelijk stelt van het tuchtverleden van klager, maakt niet dat dit een extra sanctie is in de zin van de tuchtprocedure. Het gaat eerder om een indicatie dat klager met een dergelijke tuchtinbreuk pas het vertrouwen geniet na een bepaalde periode.
Wat betreft het niet in aanmerking komen voor de UV’s en PV’s is dit ook geen sanctie in het kader van de tuchtprocedure. De tuchtinbreuk geeft hiervoor wel de aanleiding maar zoals in het advies dat klager meestuurde te lezen staat, is zijn recht om een aanvraag in te dienen hem niet ontzegd. Het advies zal wellicht negatief zijn, net omwille van de recente tuchtinbreuk.
Aldus is er helemaal geen sprake van de driedubbele tuchtrechtelijke bestraffing dat in strijd is met de bepalingen van het huishoudelijk reglement.
De klacht is niet gegrond.
De klachtencommissie stelt vast dat klager naar aanleiding van de gevonden substantie onder voorlopige maatregel van 19/10/2023 is gezet. De klachtencommissie stelt vast dat men de inhoud van deze voorlopige maatregel nogal ongelukkig geformuleerd heeft als ‘ATV-regime’. Echter werd de voorlopige maatregel niet vanuit sanctionerend oogpunt opgelegd en dit om een ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid te vermijden. Hoewel in de praktijk deze voorlopige maatregel hetzelfde aanvoelt als de tuchtsanctie ATV, is het oogpunt waarmee deze wordt opgelegd verschillend.
Klager haalt in zijn tweede brief aan dat hij meerdere sancties voor hetzelfde feit kreeg. De klachtencommissie stelt vast dat de andere sancties die klager opsomt zoals het gedurende 8 maanden niet in aanmerking komen voor een vertrouwensfunctie en het gedurende 3 maanden geen UV en PV aan kan vragen voortvloeit als gevolg van de tuchtinbreuk. Klager verwijst naar een bepaling uit het huishoudelijk reglement. Echter slaat dit op de tuchtprocedure waarin klager slechts eenmaal gestraft kan worden.
Het in aanmerking komen voor een vertrouwensfunctie valt onder de discretionaire bevoegdheid van de directie. Klager kan zich echter wel aanbieden voor een vertrouwensfunctie. Dat de directie de toewijzing afhankelijk stelt van het tuchtverleden van klager, maakt niet dat dit een extra sanctie is in de zin van de tuchtprocedure. Het gaat eerder om een indicatie dat klager met een dergelijke tuchtinbreuk pas het vertrouwen geniet na een bepaalde periode.
Wat betreft het niet in aanmerking komen voor de UV’s en PV’s is dit ook geen sanctie in het kader van de tuchtprocedure. De tuchtinbreuk geeft hiervoor wel de aanleiding maar zoals in het advies dat klager meestuurde te lezen staat, is zijn recht om een aanvraag in te dienen hem niet ontzegd. Het advies zal wellicht negatief zijn, net omwille van de recente tuchtinbreuk.
Aldus is er helemaal geen sprake van de driedubbele tuchtrechtelijke bestraffing dat in strijd is met de bepalingen van het huishoudelijk reglement.
De klacht is niet gegrond.