KC34/23-0011
Non fondée
Fondée
Irrecevable
KC - Hoogstraten
Commission des plaintes
Mesure provisoire
Mesure d'ordre
Fouille à corps
FOUILLE LICHAAM - ONTSLAG - ARBEID
De directie moet in de beslissing tot fouille op het lichaam motiveren waarom een onderzoek aan de kledij niet volstaat om na te gaan of de gedetineerde in het bezit is van voorwerpen of substanties die verboden of gevaarlijk kunnen zijn. De individuele aanwijzingen moeten bovendien geconcretiseerd worden. Dit principe werd al meermaals bevestigd door de beroepscommissie bij de Centrale toezichtsraad voor het gevangeniswezen en blijkt ook duidelijk uit de formulering van het door de directie in te vullen sjabloon.
Uit deze motivering kan de klachtencommissie niet afleiden waaruit het sterk vermoeden bestaat dat klager handel zou drijven of in het bezit zou zijn van verboden substanties. Evenmin wordt de aanleiding van de fouille geschetst. De beslissing is dan ook onvoldoende individueel en concreet gemotiveerd en is in strijd met de motiveringsverplichting voorzien in art. 8 van de Basiswet.
De klacht tegen de fouillebeslissing is gegrond.
Uit het dossier blijkt dat klager werd aangesproken over het feit dat hij ontslagen zou worden op basis van de observatie.
De klachtencommissie acht het redelijk dat wanneer er vermoedens bestaan dat klager aan drugssmokkel doet, het vertrouwen van de directie kwijt is. Uit het dossier blijkt dat het vermoeden er kwam naar aanleiding van een rapport aan de directeur van waarbij klager aan de telefoon een gesprek voerde over het binnenbrengen van een nieuwe hoeveelheid cannabis.
De klacht tegen de ordemaatregel tot afzetting van werk is ongegrond.
De directie moet in de beslissing tot fouille op het lichaam motiveren waarom een onderzoek aan de kledij niet volstaat om na te gaan of de gedetineerde in het bezit is van voorwerpen of substanties die verboden of gevaarlijk kunnen zijn. De individuele aanwijzingen moeten bovendien geconcretiseerd worden. Dit principe werd al meermaals bevestigd door de beroepscommissie bij de Centrale toezichtsraad voor het gevangeniswezen en blijkt ook duidelijk uit de formulering van het door de directie in te vullen sjabloon.
Uit deze motivering kan de klachtencommissie niet afleiden waaruit het sterk vermoeden bestaat dat klager handel zou drijven of in het bezit zou zijn van verboden substanties. Evenmin wordt de aanleiding van de fouille geschetst. De beslissing is dan ook onvoldoende individueel en concreet gemotiveerd en is in strijd met de motiveringsverplichting voorzien in art. 8 van de Basiswet.
De klacht tegen de fouillebeslissing is gegrond.
Uit het dossier blijkt dat klager werd aangesproken over het feit dat hij ontslagen zou worden op basis van de observatie.
De klachtencommissie acht het redelijk dat wanneer er vermoedens bestaan dat klager aan drugssmokkel doet, het vertrouwen van de directie kwijt is. Uit het dossier blijkt dat het vermoeden er kwam naar aanleiding van een rapport aan de directeur van waarbij klager aan de telefoon een gesprek voerde over het binnenbrengen van een nieuwe hoeveelheid cannabis.
De klacht tegen de ordemaatregel tot afzetting van werk is ongegrond.