Ga verder naar de inhoud

KC34/23-0010

Fondée KC - Hoogstraten Commission des plaintes Autre décision directeur Disciplinaire Mesure d'ordre
TUCHT - CELMUTATIE - ONTSLAG - ARBEID

De tuchtinbreuk ‘beledigingen van personen die zich in de gevangenis bevinden’ is bewezen. Klager gaf op de tuchthoorzitting toe dat hij het personeelslid ‘snotneus’ genoemd heeft.
De tuchtinbreuk ‘het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen’ is niet bewezen. Uit de motivering van de tuchtbeslissing kan de klachtencommissie niet afleiden welke bepaling van het huishoudelijk reglement geschonden is. Het kan niet de bedoeling zijn om dergelijke tuchtinbreuk als een catch all-bepaling te gebruiken. De klachtencommissie vraagt de directie om aandachtig te zijn en steeds de bepaling waarop zij zich steunt te vermelden in de motivering van de tuchtbeslissing.
De tuchtinbreuk ‘het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel’ is bewezen. Uit het rapport aan de directeur is duidelijk dat klager tot tweemaal verzocht werd zijn koelkast te verzetten. Klager weigerde dit en dit erkent hij ook op de tuchthoorzitting waarbij hij stelt dat zijn koelkast al 6 maanden zo staat. Het feit dat dit nooit eerder opgemerkt werd door personeel maakt niet dat de koelkast op klager zijn manier mag blijven staan. Klager werd vriendelijk verzocht om de koelkast te verplaatsen maar weigerde dit twee dagen op een rij.
De klacht tegen de tuchtbeslissing is gedeeltelijk gegrond.

Er valt niet af te leiden waaruit de observatie en de vele tuchten bestaan en welke impact zij hebben gehad op het vertrouwen van de directie. Het staat klager niet toe af te leiden wat de exacte aanleiding was voor het ontslag.
Deze ordemaatregel voldoet daarom niet aan de motiveringsverplichting zoals voorzien in art. 8 van de Basiswet.
De klacht tegen de ontslagbeslissing is gegrond.

De toewijzing van een verblijfsruimte aan de gedetineerde is een discretionaire bevoegdheid van de directeur. Deze bevoegdheid wordt niet nader geregeld in de Basiswet, waardoor ook de beslissingen die de directeur in dat kader kan nemen niet aan specifieke voorwaarden dienen te voldoen. Bij gebrek aan nadere regels kan de klachtencommissie enkel de redelijkheid van de beslissing toetsen.
Klager duidde deze beslissing aan op zijn klachtenformulier doch uit de motieven die hij opgaf is niet af te leiden waarom hij niet akkoord gaat met deze beslissing.
Uit het verweer van de directie blijkt dat de celmutatie plaats vond om meer structuur aan het leven van klager te geven aangezien op paviljoen A de bewegingen meer gestructureerd verlopen. Klager zou sinds zijn celmutatie ook meer tot rust gekomen zijn.
De klachtencommissie stelt dan ook dat de celmutatie van klager geen onredelijke beslissing is.
De klacht tegen de celmutatie is ongegrond.