TUCHT
De klacht gaat over een tuchtbeslissing van 04/12/2025 van de directie van de gevangenis van Wortel.
De directie heeft een tuchtsanctie van 5 dagen ATV opgelegd voor de inbreuk van de eerste categorie “de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee”.
De klachtencommissie ziet geen reden waarom de directie bij het nemen van de bestreden beslissing zich niet op het RAD had mogen steunen. De directie kon de feiten, zoals die duidelijk en uitdrukkelijk in het RAD werden beschreven, voor waar en als voldoende aannemen. De directie kon dan ook binnen de grenzen van de redelijkheid oordelen dat de feiten die aan klager werden ten laste gelegd, bewezen waren.
De klachtencommissie acht het niet onredelijk dat de feiten beschreven in het RAD als voormelde inbreuk werden gekwalificeerd. De klachtencommissie acht voormelde kwalificatie correct en afdoende gemotiveerd. Uit het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting en de klacht van klager blijkt dat klager wel degelijk de precieze draagwijdte kent van de ten aanzien van hem genomen tuchtbeslissing, doch de klachtencommissie spoort de directie wel aan om naar de toekomst toe de tuchtbeslissing uitgebreider te motiveren.
De klachtencommissie stelt vast dat de tuchtprocedure door de directie correct gevolgd werd. De feiten vormen tuchtrechtelijke inbreuken van de eerste categorie, die kunnen worden gestraft met een maximum van 30 dagen ATV. De klachtencommissie stelt vast dat de directie rekening heeft gehouden met de omvang van de feiten en geen onredelijk zware straf van 5 dagen ATV heeft opgelegd. De klacht is om deze redenen ongegrond.
De klacht gaat over een tuchtbeslissing van 04/12/2025 van de directie van de gevangenis van Wortel.
De directie heeft een tuchtsanctie van 5 dagen ATV opgelegd voor de inbreuk van de eerste categorie “de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee”.
De klachtencommissie ziet geen reden waarom de directie bij het nemen van de bestreden beslissing zich niet op het RAD had mogen steunen. De directie kon de feiten, zoals die duidelijk en uitdrukkelijk in het RAD werden beschreven, voor waar en als voldoende aannemen. De directie kon dan ook binnen de grenzen van de redelijkheid oordelen dat de feiten die aan klager werden ten laste gelegd, bewezen waren.
De klachtencommissie acht het niet onredelijk dat de feiten beschreven in het RAD als voormelde inbreuk werden gekwalificeerd. De klachtencommissie acht voormelde kwalificatie correct en afdoende gemotiveerd. Uit het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting en de klacht van klager blijkt dat klager wel degelijk de precieze draagwijdte kent van de ten aanzien van hem genomen tuchtbeslissing, doch de klachtencommissie spoort de directie wel aan om naar de toekomst toe de tuchtbeslissing uitgebreider te motiveren.
De klachtencommissie stelt vast dat de tuchtprocedure door de directie correct gevolgd werd. De feiten vormen tuchtrechtelijke inbreuken van de eerste categorie, die kunnen worden gestraft met een maximum van 30 dagen ATV. De klachtencommissie stelt vast dat de directie rekening heeft gehouden met de omvang van de feiten en geen onredelijk zware straf van 5 dagen ATV heeft opgelegd. De klacht is om deze redenen ongegrond.