KC33/25-0078
Non fondée
Fondée
KC - Wortel
Commission des plaintes
Disciplinaire
Mesure d'ordre
TUCHT - ARBEID - ONTSLAG
De klacht gaat over een tuchtbeslissing en een afzetting van werk van 04/11/2025 van de directie van de gevangenis van Wortel.
Over de tuchtbeslissing: klager kreeg in voorliggende zaak een tuchtsanctie van 15 dagen ATV, omdat hij door de directeur schuldig werd bevonden aan de volgende inbreuken: 1) het bezit of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties en 2) het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepaling.
Klager ontkent in het bezit te zijn van een verboden substantie. De klachtencommissie merkt op dat een Iphone of een Iphone-lader geen verboden voorwerpen of substanties zijn. Er wordt in het tuchtdossier geen elementen aangehaald waaruit het verboden karakter van de substantie moet blijken. De klachtencommissie besluit dat het niet bewezen is dat verboden voorwerpen of substanties werden aangetroffen. De klachtencommissie draagt de directie daarom op om de kwalificatie van de tuchtsanctie aan te passen in het tuchtregister van klager.
De directie kon de feiten wel omschrijven als “het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen”. De klachtencommissie stelt vast dat de tuchtprocedure correct gevolgd werd door de directie. De klachtencommissie zou aan klager voor deze tuchtinbreuk van de tweede categorie maximaal 15 dagen ATV kunnen opleggen. Klager kreeg 15 dagen ATV opgelegd, wat overkomt als een strenge, maar niet onredelijke tuchtsanctie die in verhouding staat tot de gepleegde inbreuken. Om bovenstaande redenen, is de klacht gedeeltelijk gegrond, wat betreft de kwalificatie van de feiten als “het bezit of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties”. Voor het overige blijft de tuchtsanctie overeind.
Over de afzetting van werk: de klachtencommissie stelt vast dat de directie de ordemaatregel schriftelijk motiveerde. Ook werd voldaan aan de vereiste dat de motivering moet toelaten dat de gedetineerde begrijpt waarom hij niet langer als geschikt wordt beschouwd voor de arbeidspost. De beslissing tot afzetting van werk is dus niet onwettig. De beslissing is daarnaast niet onredelijk of onbillijk. De klacht is bijgevolg ongegrond.
De klacht gaat over een tuchtbeslissing en een afzetting van werk van 04/11/2025 van de directie van de gevangenis van Wortel.
Over de tuchtbeslissing: klager kreeg in voorliggende zaak een tuchtsanctie van 15 dagen ATV, omdat hij door de directeur schuldig werd bevonden aan de volgende inbreuken: 1) het bezit of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties en 2) het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepaling.
Klager ontkent in het bezit te zijn van een verboden substantie. De klachtencommissie merkt op dat een Iphone of een Iphone-lader geen verboden voorwerpen of substanties zijn. Er wordt in het tuchtdossier geen elementen aangehaald waaruit het verboden karakter van de substantie moet blijken. De klachtencommissie besluit dat het niet bewezen is dat verboden voorwerpen of substanties werden aangetroffen. De klachtencommissie draagt de directie daarom op om de kwalificatie van de tuchtsanctie aan te passen in het tuchtregister van klager.
De directie kon de feiten wel omschrijven als “het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen”. De klachtencommissie stelt vast dat de tuchtprocedure correct gevolgd werd door de directie. De klachtencommissie zou aan klager voor deze tuchtinbreuk van de tweede categorie maximaal 15 dagen ATV kunnen opleggen. Klager kreeg 15 dagen ATV opgelegd, wat overkomt als een strenge, maar niet onredelijke tuchtsanctie die in verhouding staat tot de gepleegde inbreuken. Om bovenstaande redenen, is de klacht gedeeltelijk gegrond, wat betreft de kwalificatie van de feiten als “het bezit of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties”. Voor het overige blijft de tuchtsanctie overeind.
Over de afzetting van werk: de klachtencommissie stelt vast dat de directie de ordemaatregel schriftelijk motiveerde. Ook werd voldaan aan de vereiste dat de motivering moet toelaten dat de gedetineerde begrijpt waarom hij niet langer als geschikt wordt beschouwd voor de arbeidspost. De beslissing tot afzetting van werk is dus niet onwettig. De beslissing is daarnaast niet onredelijk of onbillijk. De klacht is bijgevolg ongegrond.