Ga verder naar de inhoud

KC33/25-0063

Fondée KC - Wortel Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT – VERBODEN VOORWERPEN

Klager heeft een klacht ingediend tegen de tuchtbeslissing. Hij heeft een tuchtsanctie gekregen omdat er een USB-stick in de cel is gevonden maar hij ontkent dat deze van hem was. Omdat niemand het bezit van de USB-stick heeft toegegeven, werden alle celgenoten gesanctioneerd.

Samengevat is de directie van oordeel dat het bezit van de USB-stick (ook) aan klager kan worden toegerekend aangezien er op het moment van de ontdekking van de USB-stick muziek aan het afspelen was via de televisie in de cel. De bron van de muziek was volgens de opsteller van het RAD de USB-stick. Volgens de directie was klager dan minstens op de hoogte dat er in de cel een door het huishoudelijk reglement verboden voorwerp aanwezig was.

Klager heeft echter in zijn klacht en tijdens de hoorzitting verklaard dat hij op het moment van de ontdekking niet in de cel was maar bezoek had. Uit het tuchtdossier blijkt niet dat de directie dit argument van klager heeft afgetoetst teneinde de geloofwaardigheid van zijn verklaring te verifiëren. De klachtencommissie heeft de bezoekhistoriek van klager opgevraagd. Daaruit blijkt dat klager gemeenschappelijk bezoek had. Bijgevolg was klager niet aanwezig in de cel op het moment van de vaststellingen zoals weergegeven in het RAD zodat hij ook niet op de hoogte kon geweest zijn dat er in de cel muziek werd afgespeeld via een verboden USB-stick.

De klachtencommissie besluit dat de directeur de ten laste gelegde feiten niet bewezen kon verklaren en bijgevolg de ten laste gelegde tuchtinbreuk niet aan klager kon toerekenen. Om deze reden is de klacht gegrond. De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing.