Ga verder naar de inhoud

KC33/25-0060

Non fondée KC - Wortel Commission des plaintes Mesure provisoire Disciplinaire Mesure d'ordre
VOORLOPIGE MAATREGEL - TUCHT - ORDEMAATREGEL - ARBEID - ONTSLAG

De klacht is gericht tegen een voorlopige maatregel. De directeur besliste om klager verplicht te laten verblijven in de toegewezen verblijfsruimte en uit te sluiten van alle gemeenschappelijke activiteiten op basis van de ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid (artikel 145, §1, eerste lid Basiswet). De klachtencommissie meent dat uit de motivering van de voorlopige maatregel voldoende blijkt dat klager een bedreiging uitmaakte voor de fysieke integriteit van personen in de gevangenis aangezien hij betrokken was in een vechtpartij met een medegedetineerde. De klachtencommissie besluit dat de voorlopige maatregel werd opgelegd conform de Basiswet en in dit dossier gerechtvaardigd was. De beslissing is wettelijk en redelijk. De klacht is ongegrond.

De klacht is gericht tegen een tuchtbeslissing. Klager kreeg bij tuchtbeslissing van 6 september 2025 een tuchtsanctie van 14 dagen ATV voor de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee (artikel 129, 1° Basiswet). De directie heeft zich voor het bewijs van de feiten gebaseerd op het RAD. Ter tuchtzitting stelde klager dat de medegedetineerde hem kwam aanvallen. Klager gaf aanvankelijk geen reactie, maar werd in het gezicht geslagen en in zijn oor gebeten. Klager beet de medegedetineerde terug om deze persoon van hem los te krijgen. Volgens de klachtencommissie bracht klager ter tuchtzitting geen tegenindicaties aan die doen twijfelen aan de waarachtigheid van het RAD. Hoewel de start van het incident niet visueel vastgesteld werd, concludeerde de directie op basis van het RAD en de daarin beschreven verwondingen, evenals de erkenning van klager dat hij de medegedetineerde gebeten had (naar eigen zeggen om deze van hem los te krijgen), dat er sprake was van een (wederzijdse) vechtpartij tussen klager en de medegedetineerde. Volgens de klachtencommissie ging de directie daarbij de grenzen van de redelijkheid niet te buiten. De klachtencommissie acht het dan ook redelijk dat de directie de feiten bewezen achtte. De directie kwalificeerde de feiten als de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee (artikel 129, 1° Basiswet). De klachtencommissie acht deze kwalificatie correct en afdoende gemotiveerd. Klager pleegde een inbreuk van de eerste categorie en kreeg hiervoor 14 dagen ATV. De klachtencommissie oordeelt dat de sanctie wettelijk en redelijk is. De klacht is ongegrond.

De klacht is gericht tegen een ontslagbeslissing. Klager werd bij ordemaatregel van 6 september 2025 ontslagen uit zijn functie in de keuken. De directeur kan een gedetineerde onder andere ontslaan, wanneer hij hem niet langer geschikt acht voor de arbeidspost. Dat de directeur de gedetineerde niet langer geschikt acht voor de arbeidspost kan zich volgens de dienstnota ‘Arbeid – Tucht -Veiligheidsmaatregel’ van de Directie Juridische Dienst van 28.11.2024 onder andere voordoen wanneer de gedetineerde een tuchtinbreuk begaat die tot gevolg heeft dat de werkrelatie niet langer mogelijk is (vertrouwensbreuk). In het voorliggend dossier was er volgens de directie sprake van een vertrouwensbreuk nadat klager in een vechtpartij verwikkeld raakte met een medegedetineerde. Volgens de klachtencommissie is de motivering van de ontslagbeslissing voldoende duidelijk en stelt ze betrokkene in staat om de reden van het ontslag te begrijpen, waardoor ze voldoet aan artikel 8 Basiswet. De klacht is ongegrond.