Ga verder naar de inhoud

KC33/25-0049

Non fondée Irrecevable KC - Wortel Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - TERMIJN - KWALIFICATIE FEITEN - MOTIVERING - SANCTIE

Klager beklaagt zich over een tuchtbeslissing van 11 juli 2025 maar diende zijn klacht pas op 22 juli 2025 in. Hij diende zijn klacht aldus laattijdig in en voerde geen elementen aan ter verantwoording van deze laattijdige indiening. De klacht is niet-ontvankelijk.

Klager kreeg bij tuchtbeslissing van 22 juli 2025 een tuchtsanctie van 7 dagen ATV voor het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden (artikel 130, 1° Basiswet). In het voorliggend dossier heeft de directeur zich voor het bewezen zijn van de feiten gebaseerd op de materiële vaststellingen zoals opgenomen in het RAD van 20 juli 2025. Hierin wordt beschreven hoe klager specifiek aan een bepaalde beambte vraagt om zijn celdeur te openen. Wanneer deze beambte naar hem toekomt kijkt klager hem indringend aan. Erna zegt hij “sommigen kunnen niet werken, sommigen kunnen alleen deuren losdraaien.” Wanneer deze beambte later zijn ronde doet, roept de gedetineerde ook nog “kankermoeder, homo” vanuit zijn cel. De beambte herkent de stem van klager en stelt dat deze hem blijft beledigen en provoceren telkens hij hem ziet. Ter tuchtzitting betwist klager de feiten. Zijn advocaat stelt dat het indringend kijken en het herkennen van een stem zeer subjectieve elementen zijn. De beambte zou gefixeerd zijn op klager. Klager haalt aan dat zijn celgenoot de uitspraken op zich neemt. In zijn klacht heeft klager het enkel over de inhoud van de twee rapporten die geleid hebben tot de tuchtbeslissing van 11 juli 2025. Volgens de klachtencommissie bracht klager ter tuchtzitting geen tegenindicaties aan die doen twijfelen aan de waarachtigheid van het RAD van 20 juli 2025. De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie de feiten bewezen achtte. De directie kwalificeerde de feiten als het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden (artikel 130, 1° Basiswet). De klachtencommissie acht deze kwalificatie correct en afdoende gemotiveerd. Klager pleegde een inbreuk van de tweede categorie en kreeg hiervoor 7 dagen ATV. In geval van een inbreuk van de tweede categorie kan er voor een maximumduur van 15 dagen een afzondering in de aan de gedetineerde toegewezen verblijfsruimte worden opgelegd (artikel 132, 3° Basiswet). De directie motiveert waarom ze een sanctie noodzakelijk acht, verwijzend naar het gegeven dat klager pas nog twee tuchtrapporten opliep, terwijl er van hem verwacht wordt dat hij zich correct opstelt naar iedereen in de inrichting. De klachtencommissie acht de sanctie wettelijk en redelijk. De klacht is ongegrond.