TUCHT - HUISHOUDELIJK REGLEMENT
De klacht betreft een tuchtbeslissing van de directie van de gevangenis van Wortel.
Wat de tuchtinbreuk “de opzettelijke beschadiging of vernieling van andermans roerende of onroerende goederen, of de bedreiging daarmee” betreft, acht de klachtencommissie het volgende.
De klachtencommissie ziet geen reden waarom de directie zich bij het nemen van de bestreden beslissing niet had mogen steunen op het RAD. De directie kon de feiten, zoals die duidelijk en uitdrukkelijk in het RAD werden beschreven, voor waar en als voldoende aannemen. De directie kon binnen de grenzen van de redelijkheid oordelen dat de feiten die aan klager werden ten laste gelegd, bewezen waren. Uit het RAD blijkt duidelijk dat klager de steel van zijn aftrekker opzettelijk met een mes heeft beschadigd.
Wat de tuchtinbreuk “het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen” betreft, heeft directie voldoende gemotiveerd en verduidelijkt in haar tuchtbeslissing welke bepaling van het huishoudelijk reglement door klager geschonden werd, met name (HHR versie 23/01/2024, p. 10, 2. Bezit van voorwerpen): “De gedetineerde dient de voorwerpen in zijn bezit louter aan te wenden voor hun normaal gebruik. De voorwerpen die worden afgewend van hun normaal gebruik worden uit de cel verwijderd.”
De klachtencommissie meent dat klager geen argumenten opwerpt die aan de vaststellingen zouden doen twijfelen. Uit het RAD blijkt duidelijk dat klager de steel van zijn aftrekken heeft afgewend van zijn normaal gebruik. De klachtencommissie acht de tuchtinbreuk dan ook bewezen en meent dat de directie deze aan klager kon toerekenen.
De klachtencommissie besluit dat klager niet voldoende overtuigende elementen aanbrengt, die erop wijzen dat de directie de tuchtinbreuk onterecht heeft weerhouden. Klager kon voor deze tuchtinbreuken maximaal 30 dagen ATV opleggen. Klager kreeg 7 dagen ATV wat niet overkomt als een onredelijke tuchtsanctie die in verhouding staat tot de gepleegde inbreuken. De klachtencommissie stelt vast dat de directie met de omvang van de feiten rekening heeft gehouden. De klacht is om deze redenen ongegrond.
De klacht betreft een tuchtbeslissing van de directie van de gevangenis van Wortel.
Wat de tuchtinbreuk “de opzettelijke beschadiging of vernieling van andermans roerende of onroerende goederen, of de bedreiging daarmee” betreft, acht de klachtencommissie het volgende.
De klachtencommissie ziet geen reden waarom de directie zich bij het nemen van de bestreden beslissing niet had mogen steunen op het RAD. De directie kon de feiten, zoals die duidelijk en uitdrukkelijk in het RAD werden beschreven, voor waar en als voldoende aannemen. De directie kon binnen de grenzen van de redelijkheid oordelen dat de feiten die aan klager werden ten laste gelegd, bewezen waren. Uit het RAD blijkt duidelijk dat klager de steel van zijn aftrekker opzettelijk met een mes heeft beschadigd.
Wat de tuchtinbreuk “het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen” betreft, heeft directie voldoende gemotiveerd en verduidelijkt in haar tuchtbeslissing welke bepaling van het huishoudelijk reglement door klager geschonden werd, met name (HHR versie 23/01/2024, p. 10, 2. Bezit van voorwerpen): “De gedetineerde dient de voorwerpen in zijn bezit louter aan te wenden voor hun normaal gebruik. De voorwerpen die worden afgewend van hun normaal gebruik worden uit de cel verwijderd.”
De klachtencommissie meent dat klager geen argumenten opwerpt die aan de vaststellingen zouden doen twijfelen. Uit het RAD blijkt duidelijk dat klager de steel van zijn aftrekken heeft afgewend van zijn normaal gebruik. De klachtencommissie acht de tuchtinbreuk dan ook bewezen en meent dat de directie deze aan klager kon toerekenen.
De klachtencommissie besluit dat klager niet voldoende overtuigende elementen aanbrengt, die erop wijzen dat de directie de tuchtinbreuk onterecht heeft weerhouden. Klager kon voor deze tuchtinbreuken maximaal 30 dagen ATV opleggen. Klager kreeg 7 dagen ATV wat niet overkomt als een onredelijke tuchtsanctie die in verhouding staat tot de gepleegde inbreuken. De klachtencommissie stelt vast dat de directie met de omvang van de feiten rekening heeft gehouden. De klacht is om deze redenen ongegrond.