KC33/25-0038
Non fondée
Irrecevable
KC - Wortel
Commission des plaintes
Autre décision directeur
Disciplinaire
TUCHT - ARBEID - GEZONDHEID - HYGIËNE
De klacht betreft een tuchtbeslissing, de beschikbaarheid van werk, de fitnesstoestellen die stuk zijn op de wandeling, het feit dat klager niet kan douchen na het sporten en het feit dat hij zijn cel moet delen met een roker in de gevangenis van Wortel.
Over de tuchtbeslissing: klager ontkent de feiten niet. De directie kon de feiten, zoals die duidelijk en uitdrukkelijk in het RAD werden beschreven, voor waar en als voldoende aannemen.
De motivering voldoet volgens de klachtencommissie ook aan de vereisten van artikel 8 van de Basiswet, aangezien deze ingaat op de elementen waaruit de opzettelijke aantasting van de orde (weigeren om binnen te komen na de wandeling) blijkt. De klachtencommissie acht het niet onredelijk dat de feiten beschreven in het RAD als voormelde inbreuk werden gekwalificeerd. De klachtencommissie acht voormelde kwalificatie correct en afdoende gemotiveerd.
De klachtencommissie stelt derhalve vast dat de tuchtprocedure door de directie correct gevolgd werd. Gelet op de omvang van de feiten komt de straftoemeting over als streng, maar passend. Om bovenstaande redenen is de klacht ongegrond.
Over de beschikbaarheid van werk: klager verklaart in zijn klacht dat hij al maanden werkloos is. Hij is niet de enige gedetineerde die werkloos is en de gevangenis van Wortel kent vaak periodes waarin het aanbod van werk niet voldoende is. De directie kan hier niet aan verhelpen. Om die redenen is de termijn ook niet onredelijk. De klachtencommissie besluit dat de werkloosheid van klager geen verzuim uitmaakt om een beslissing te nemen namens de directie. De klacht is om deze redenen niet-ontvankelijk.
Over de fitnesstoestellen die stuk zijn op de wandeling: een gedetineerde kan bij de klachtencommissie beklag doen over elke beslissing die door of namens de directeur ten aanzien van hem werd genomen. Het verzuim of de weigering een beslissing te nemen binnen een wettelijke of redelijke termijn wordt met een beslissing gelijkgesteld.
De klachtencommissie besluit dat het individueel recht van klager niet werd geschonden doordat een fitnesstoestel op de wandeling stuk is. Het sporten in de gevangenis kan worden voorzien door andere sportactiviteiten georganiseerd in de gevangenis. Bovendien benadrukt de directie in haar verweer dat nog andere toestellen beschikbaar zijn op de wandeling. Om deze redenen is de klacht niet-ontvankelijk.
Over het douchen na de fitness: de klacht betreft de algemene werking in de gevangenis en geen beslissing van de directeur. De klachtencommissie acht niet dat het aannemelijk gemaakt is dat er in dit dossier een beslissing door of namens de directeur was waardoor klager niet kon of mocht douchen na het sporten.
Hij brengt zijn klacht niet in verband met een geïndividualiseerde beslissing die door of namens de gevangenisdirecteur ten aanzien van hem werd genomen, maar een loutere uitvoering van een praktische werkafspraak, hetgeen kadert in de normale organisatie van de gevangenis. De klacht gaat ook niet om het verzuim of de weigering van de directeur om een beslissing te nemen. De klacht is om deze redenen niet-ontvankelijk.
Over het delen van een cel met een roker: artikel 3 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens verbiedt onmenselijke of vernederende behandelingen of bestraffingen. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens oordeelde in dat kader dat een staat verplicht is maatregelen te nemen om een gedetineerde te beschermen tegen de schadelijke effecten van passief roken wanneer medische onderzoeken of doktersadviezen aanwijzen dat dit noodzakelijk is vanuit gezondheidsoverwegingen. Indien onvoldoende maatregelen worden genomen, kan dit een schending van artikel 3 EVRM uitmaken.
Dit hangt o.a. af van de duur van het verblijf op cel met een roker. Uit klagers klacht blijkt niet hoelang hij op een cel zit/heeft gezeten met rokers. Hij specifieert dit niet nader. Klager haalt in zijn klacht geen elementen aan waaruit blijkt dat er medische onderzoeken of doktersadviezen aanwijzen dat de directie verplicht is uit gezondheidsoverwegingen maatregelen te nemen om klager te beschermen tegen de schadelijke effecten van passief roken. Klager toont niet aan dat de directie onvoldoende maatregelen heeft genomen.
De klachtencommissie meent dat klager onvoldoende informatie heeft aangeleverd om te besluiten tot een strijdigheid met artikel 3 EVRM. Bovendien heeft de directie meegedeeld dat klager sedert 10/05/2025 een cel deelt met een niet-roker. De klacht is dan ook ongegrond.
De klacht betreft een tuchtbeslissing, de beschikbaarheid van werk, de fitnesstoestellen die stuk zijn op de wandeling, het feit dat klager niet kan douchen na het sporten en het feit dat hij zijn cel moet delen met een roker in de gevangenis van Wortel.
Over de tuchtbeslissing: klager ontkent de feiten niet. De directie kon de feiten, zoals die duidelijk en uitdrukkelijk in het RAD werden beschreven, voor waar en als voldoende aannemen.
De motivering voldoet volgens de klachtencommissie ook aan de vereisten van artikel 8 van de Basiswet, aangezien deze ingaat op de elementen waaruit de opzettelijke aantasting van de orde (weigeren om binnen te komen na de wandeling) blijkt. De klachtencommissie acht het niet onredelijk dat de feiten beschreven in het RAD als voormelde inbreuk werden gekwalificeerd. De klachtencommissie acht voormelde kwalificatie correct en afdoende gemotiveerd.
De klachtencommissie stelt derhalve vast dat de tuchtprocedure door de directie correct gevolgd werd. Gelet op de omvang van de feiten komt de straftoemeting over als streng, maar passend. Om bovenstaande redenen is de klacht ongegrond.
Over de beschikbaarheid van werk: klager verklaart in zijn klacht dat hij al maanden werkloos is. Hij is niet de enige gedetineerde die werkloos is en de gevangenis van Wortel kent vaak periodes waarin het aanbod van werk niet voldoende is. De directie kan hier niet aan verhelpen. Om die redenen is de termijn ook niet onredelijk. De klachtencommissie besluit dat de werkloosheid van klager geen verzuim uitmaakt om een beslissing te nemen namens de directie. De klacht is om deze redenen niet-ontvankelijk.
Over de fitnesstoestellen die stuk zijn op de wandeling: een gedetineerde kan bij de klachtencommissie beklag doen over elke beslissing die door of namens de directeur ten aanzien van hem werd genomen. Het verzuim of de weigering een beslissing te nemen binnen een wettelijke of redelijke termijn wordt met een beslissing gelijkgesteld.
De klachtencommissie besluit dat het individueel recht van klager niet werd geschonden doordat een fitnesstoestel op de wandeling stuk is. Het sporten in de gevangenis kan worden voorzien door andere sportactiviteiten georganiseerd in de gevangenis. Bovendien benadrukt de directie in haar verweer dat nog andere toestellen beschikbaar zijn op de wandeling. Om deze redenen is de klacht niet-ontvankelijk.
Over het douchen na de fitness: de klacht betreft de algemene werking in de gevangenis en geen beslissing van de directeur. De klachtencommissie acht niet dat het aannemelijk gemaakt is dat er in dit dossier een beslissing door of namens de directeur was waardoor klager niet kon of mocht douchen na het sporten.
Hij brengt zijn klacht niet in verband met een geïndividualiseerde beslissing die door of namens de gevangenisdirecteur ten aanzien van hem werd genomen, maar een loutere uitvoering van een praktische werkafspraak, hetgeen kadert in de normale organisatie van de gevangenis. De klacht gaat ook niet om het verzuim of de weigering van de directeur om een beslissing te nemen. De klacht is om deze redenen niet-ontvankelijk.
Over het delen van een cel met een roker: artikel 3 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens verbiedt onmenselijke of vernederende behandelingen of bestraffingen. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens oordeelde in dat kader dat een staat verplicht is maatregelen te nemen om een gedetineerde te beschermen tegen de schadelijke effecten van passief roken wanneer medische onderzoeken of doktersadviezen aanwijzen dat dit noodzakelijk is vanuit gezondheidsoverwegingen. Indien onvoldoende maatregelen worden genomen, kan dit een schending van artikel 3 EVRM uitmaken.
Dit hangt o.a. af van de duur van het verblijf op cel met een roker. Uit klagers klacht blijkt niet hoelang hij op een cel zit/heeft gezeten met rokers. Hij specifieert dit niet nader. Klager haalt in zijn klacht geen elementen aan waaruit blijkt dat er medische onderzoeken of doktersadviezen aanwijzen dat de directie verplicht is uit gezondheidsoverwegingen maatregelen te nemen om klager te beschermen tegen de schadelijke effecten van passief roken. Klager toont niet aan dat de directie onvoldoende maatregelen heeft genomen.
De klachtencommissie meent dat klager onvoldoende informatie heeft aangeleverd om te besluiten tot een strijdigheid met artikel 3 EVRM. Bovendien heeft de directie meegedeeld dat klager sedert 10/05/2025 een cel deelt met een niet-roker. De klacht is dan ook ongegrond.