Ga verder naar de inhoud

KC33/25-0032

Non fondée KC - Wortel Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT

De klacht is hericht tegen een tuchtbeslissing genomen door de directie van de gevangenis van Wortel. Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens de opzettelijke aantasting van de orde, een tuchtinbreuk van de eerste categorie en het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden, een tuchtinbreuk van de tweede categorie. Gelet op de discretionaire beoordelingsbevoegdheid van de directeur, is de klachtencommissie enkel bevoegd om na te gaan of de feitenvinding zorgvuldig gebeurde, of er werd uitgegaan van de juiste feitelijke gegevens en of de appreciatiebevoegdheid op een zorgvuldige wijze werd uitgeoefend. In eerste instantie meent de klachtencommissie dat het RAD duidelijk werd opgesteld. Bovendien werd het RAD ondertekend door drie getuigen. De klachtencommissie is ook van oordeel dat klager geen overtuigende elementen heeft aangevoerd waaruit de klachtencommissie kan afleiden dat het rapport geen correcte weergave zou zijn van de feiten. Tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting haalde klager aan dat hij de scheldwoorden uit het RAD niet gezegd zou hebben, maar de klachtencommissie acht dit – net als de directie – ongeloofwaardig dat dit volledig verzonnen zou zijn. In dat opzicht stelt de klachtencommissie vast dat klager personen in detentie heeft beledigd. Wat de opzettelijke aantasting van de orde betreft, stelt de klachtencommissie vast dat klager de orde heeft verstoord door te verhinderen zijn celdeur te sluiten en bovendien zo hard te roepen dat de collega’s van een andere vleugel hem konden horen. Hoewel klager aangeeft de camerabeelden te willen bekijken, staat de klachtencommissie de directie bij in haar standpunt dat het bekijken van de camerabeelden in deze situatie weinig zouden bijbrengen. De klachtencommissie acht het dus niet onredelijk dat de camerabeelden niet worden geraadpleegd. De klachtencommissie besluit dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager.

De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van tien dagen ATV. Bij samenloop tussen tuchtrechtelijke inbreuken worden de verschillende inbreuken bestraft als één tuchtrechtelijke inbreuk van dezelfde categorie als de zwaarste van de samenlopende tuchtinbreuken. Voor een tuchtinbreuk van de eerste categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie dertig dagen ATV. De tuchtsanctie was dus wettig. De klachtencommissie is van oordeel dat de sanctie ook niet onredelijk of onbillijk was gelet op de ernst van de feiten en de aard van de scheldwoorden.
Om deze redenen is de klacht kennelijk ongegrond.