Ga verder naar de inhoud

KC33/24-0104

Fondée KC - Wortel Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT

De klacht betreft een tuchtbeslissing van 28/08/2024 van de directie van de gevangenis.

In het tuchtdossier is een RAD van 26/08/2024 voorhanden op basis waarvan de tuchtprocedure t.a.v. klager werd ingesteld. Klager werd gehoord op de tuchtrechtelijke hoorzitting van 28/08/2024. Tijdens deze tuchtrechtelijke hoorzitting heeft klager meegedeeld dat hij met een medegedetineerde heeft gesproken en dat deze verklaard heeft dat de vorige bewoner van zijn cel het gat heeft gemaakt. Klager had het gat nog niet opgemerkt. Op basis van het RAD werd de tuchtprocedure opgestart voor de tuchtinbreuk: “de opzettelijke beschadiging of vernieling van andermans roerende of onroerende goederen, of de bedreiging daarmee”. Klager kreeg een tuchtsanctie van 14 dagen ATV opgelegd.

De klachtencommissie is van oordeel dat de directie op grond van het RAD de feiten niet bewezen kon achten. Er werd een gat gevonden in de cel van klager, maar het tuchtdossier verduidelijkt niet of klager al dan niet een celgenoot had, al lang verbleef in de cel, …
De directie verklaart ook op de tuchtrechtelijke hoorzitting dat zij de vorige bewoner van de cel zou horen, maar het tuchtdossier bevat geen enkel aanwijzing en/of stuk van het horen van de vorige bewoner van de cel door de directie. De vorige bewoner zou volgens de directie ‘op transfer’ zijn gegaan. Gelet op voormelde is de klachtencommissie de mening toegedaan dat de feitenvinding door de directie niet zorgvuldig gebeurde. De klachtencommissie vindt deze tuchtbeslissing dan ook onwettig. Zij stelt ook vast dat de tuchtsanctie van 14 dagen ATV onredelijk en onbillijk is. De klacht is om deze redenen gegrond.