TUCHT - PERSONEEL
De klacht betreft de beslissing van 25/07/2024 van de directie van de gevangenis.
De tuchtbeslissing is gebaseerd op het RAD van 22/07/2024. De beambte scheldt hem blijkbaar uit en schrijft tientallen rapportbriefjes. De raadsman van klager benadrukt ook dat het duidelijk is dat het hier gaat om een conflict tussen 2 personen, dat uitgeklaard moet worden.
Klager kreeg in voorliggende zaak een tuchtsanctie van 10 dagen ATV omdat hij door de directeur schuldig werd bevonden aan “de opzettelijke aantasting van de psychische integriteit van personen, of de bedreiging daarmee”. De klachtencommissie ziet geen reden waarom de directie zich bij het nemen van de bestreden beslissing niet had mogen steunen op het RAD en de tuchtrechtelijke hoorzitting. De directie kon de feiten, zoals die duidelijk en uitdrukkelijk in het RAD werden beschreven, voor waar en als voldoende aannemen.
De directie kon dan ook binnen de grenzen van de redelijkheid oordelen dat de feiten die aan klager werden ten laste gelegd, bewezen waren. De klachtencommissie meent dan ook dat het binnen de discretionaire bevoegdheid van de directie valt om klager schuldig te hebben geacht aan de tuchtinbreuk van “de opzettelijke aantasting van de psychische integriteit van personen, of de bedreiging daarmee”. In het RAD wordt inderdaad verwezen naar bepaalde uitspraken als “ik weet je wel te vinden, kankerhoer. Je bent geen vent” of “Je bent geen vent, wacht maar tot ik buiten deze 4 muren ben, dan je wel zien, dan weet ik je wel te vinden”, … Dat klager door dit gedrag (tijdens de wandeling en in aanwezigheid van andere medegedetineerden) de psychische integriteit van een beambte opzettelijk aantast, acht de klachtencommissie voldoende aangetoond.
Geen enkele van de door klager in zijn klachtenformulier aangehaalde elementen is van die orde dat dit iets aan het bovenstaande oordeel zou veranderen.De klachtencommissie wenst wel te benadrukken dat opmerkingen als: “keer terug naar Afrika” en andere racistische opmerkingen verwerpelijk en uit den boze zijn. De feiten worden gekwalificeerd als een inbreuk van de eerste categorie. De opgelegde tuchtsanctie
van 10 dagen ATV valt nog steeds binnen het wettelijke maximum voor een tuchtinbreuk eerste categorie, wat 30 dagen is. De klachtencommissie acht een tuchtsanctie van 10 dagen ATV bovendien ook niet onredelijk voor een tuchtinbreuk van de eerste categorie, gegeven de geringe impact ervan en de maximumsanctie die de directie kon opleggen. Om deze redenen is de klacht niet gegrond
De klacht betreft de beslissing van 25/07/2024 van de directie van de gevangenis.
De tuchtbeslissing is gebaseerd op het RAD van 22/07/2024. De beambte scheldt hem blijkbaar uit en schrijft tientallen rapportbriefjes. De raadsman van klager benadrukt ook dat het duidelijk is dat het hier gaat om een conflict tussen 2 personen, dat uitgeklaard moet worden.
Klager kreeg in voorliggende zaak een tuchtsanctie van 10 dagen ATV omdat hij door de directeur schuldig werd bevonden aan “de opzettelijke aantasting van de psychische integriteit van personen, of de bedreiging daarmee”. De klachtencommissie ziet geen reden waarom de directie zich bij het nemen van de bestreden beslissing niet had mogen steunen op het RAD en de tuchtrechtelijke hoorzitting. De directie kon de feiten, zoals die duidelijk en uitdrukkelijk in het RAD werden beschreven, voor waar en als voldoende aannemen.
De directie kon dan ook binnen de grenzen van de redelijkheid oordelen dat de feiten die aan klager werden ten laste gelegd, bewezen waren. De klachtencommissie meent dan ook dat het binnen de discretionaire bevoegdheid van de directie valt om klager schuldig te hebben geacht aan de tuchtinbreuk van “de opzettelijke aantasting van de psychische integriteit van personen, of de bedreiging daarmee”. In het RAD wordt inderdaad verwezen naar bepaalde uitspraken als “ik weet je wel te vinden, kankerhoer. Je bent geen vent” of “Je bent geen vent, wacht maar tot ik buiten deze 4 muren ben, dan je wel zien, dan weet ik je wel te vinden”, … Dat klager door dit gedrag (tijdens de wandeling en in aanwezigheid van andere medegedetineerden) de psychische integriteit van een beambte opzettelijk aantast, acht de klachtencommissie voldoende aangetoond.
Geen enkele van de door klager in zijn klachtenformulier aangehaalde elementen is van die orde dat dit iets aan het bovenstaande oordeel zou veranderen.De klachtencommissie wenst wel te benadrukken dat opmerkingen als: “keer terug naar Afrika” en andere racistische opmerkingen verwerpelijk en uit den boze zijn. De feiten worden gekwalificeerd als een inbreuk van de eerste categorie. De opgelegde tuchtsanctie
van 10 dagen ATV valt nog steeds binnen het wettelijke maximum voor een tuchtinbreuk eerste categorie, wat 30 dagen is. De klachtencommissie acht een tuchtsanctie van 10 dagen ATV bovendien ook niet onredelijk voor een tuchtinbreuk van de eerste categorie, gegeven de geringe impact ervan en de maximumsanctie die de directie kon opleggen. Om deze redenen is de klacht niet gegrond