Ga verder naar de inhoud

KC33/24-0027

Fondée KC - Wortel Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - HUISHOUDELIJK REGLEMENT

De klacht is gericht tegen de tuchtbeslissing, uitgesproken door de directie van de gevangenis.

De klachtencommissie heeft kennisgenomen van het tuchtdossier. Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens:
- de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen of de bedreiging daarmee, een tuchtinbreuk van eerste categorie, en
- het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen, een tuchtinbreuk van tweede categorie,
Naar aanleiding van feiten die werden meegedeeld in het rapport aan de directeur (RAD).

Er werd een RAD opgemaakt omdat in de cel waar klager en zijn celgenoot verbleven, niet toegestane voorwerpen waren gevonden naar aanleiding van een celcontrole. Toen klager hiermee werd geconfronteerd, begon hij volgens het RAD meteen te roepen naar de beambte en
gooide hij een sigarettenschieter richting de beambte. De beambte kon klager niet kalmeren. Op het RAD werden twee getuigen vermeld, alsook werd het RAD nagekeken door de ploegchef. De directie nam kennis van het RAD en besliste om een tuchtprocedure op te starten. Klager werd, met bijstand van een advocaat, gehoord door de directie. Op basis van het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting, stelt de klachtencommissie vast dat klager toegaf dat hij zijn stem heeft verheven omdat het personeel bleef zeggen dat de gevonden voorwerpen wel van hem moesten geweest zijn terwijl dat niet het geval was.

In eerste instantie meent de klachtencommissie dat het RAD duidelijk werd opgesteld. Bovendien werd het RAD ook ondertekend door twee getuigen. De klachtencommissie is ook van oordeel dat klager geen overtuigende elementen heeft aangevoerd waaruit de klachtencommissie
kan afleiden dat het rapport geen correcte weergave zou zijn van de feiten. Tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting gaf klager toe dat hij zijn stem had verheven. De klachtencommissie besluit hieruit dat het gedrag van klager een bedreiging uitmaakte voor de fysieke integriteit van het personeelslid in kwestie. Dat klager een moeilijke periode doormaakt, was geen rechtvaardiging voor zijn reactie.

In de tuchtbeslissing werd ook de tuchtinbreuk van het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen aangekruist. In de motivering van de tuchtbeslissing werd niet vermeld welke bepaling van het huishoudelijk reglement klager zou hebben geschonden. De klachtencommissie is van oordeel dat dit ook niet afgeleid kan worden uit het tuchtdossier. Een gedetineerde moet nochtans kunnen begrijpen welke motieven de keuze en de maat van de sanctie hebben bepaald. Deze tuchtrechtelijke inbreuk kan bovendien enkel aan de gedetineerde ten laste worden gelegd als de overtreden ‘regel’ een regel betreft die ook daadwerkelijk een schriftelijke neerslag vindt in het huishoudelijk reglement. Deze tuchtinbreuk kan niet dienen als een soort van vangnetbepaling. Anders oordelen zou immers strijdig zijn met het principe dat een gedetineerde tuchtrechtelijk niet gestraft mag worden voor andere inbreuken dan omschreven door de Basiswet.
Om deze redenen is de klacht gedeeltelijk gegrond.

De klachtcommissie vernietigt de tuchtbeslissing in zoverre klager werd gesanctioneerd voor het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen. Voor het overige blijft de tuchtbeslissing bestaan. Deze gedeeltelijke vernietiging heeft geen invloed op de wettelijk toegestane maximum sanctie.