KC32/26-0094
Non fondée
KC - Turnhout
Commission des plaintes
Mesure d'ordre
ONTSLAG - VERTROUWENSFUNCTIE
De klachtencommissie is dan van oordeel dat de directie klager mocht ontslaan uit zijn vertrouwensfunctie. Het RAD en het meldingsverslag werden immers duidelijk opgesteld en zijn volgens de klachtencommissie voldoende om minstens te spreken van een schending van het vertrouwen in hoofde van klager. Klager heeft immers geweigerd om nieuwe werkers op de vleugel uitleg te geven en negeerde de vragen van de ploegchef. Bovendien blijkt uit het meldingsverslag dat het niet om de eerste keer zou gaan dat er klachten over het functioneren van klager als werker binnenkomen (in verschillende meldingsverslagen, in zijn persoonlijke observatiefiche en de observatiefiche van de sectie), en hij hier ook reeds verscheidene keren op werd aangesproken. Er is volgens de klachtencommissie dan ook geen sprake van een schending van het recht van verdediging van klager, zoals hij in zijn klacht stelt. Klager werd immers reeds herhaaldelijk op zijn gedrag aangesproken. De ontslagbeslissing van 21/04/2026 werd voldoende gemotiveerd en laat de gedetineerde toe om te begrijpen waarom hij niet langer als geschikt wordt beschouwd voor de arbeidspost.
De beslissing tot afzetting van werk is dus niet onwettig. De beslissing is daarnaast niet onredelijk of onbillijk. Om deze redenen is de klacht ongegrond.
De klachtencommissie is dan van oordeel dat de directie klager mocht ontslaan uit zijn vertrouwensfunctie. Het RAD en het meldingsverslag werden immers duidelijk opgesteld en zijn volgens de klachtencommissie voldoende om minstens te spreken van een schending van het vertrouwen in hoofde van klager. Klager heeft immers geweigerd om nieuwe werkers op de vleugel uitleg te geven en negeerde de vragen van de ploegchef. Bovendien blijkt uit het meldingsverslag dat het niet om de eerste keer zou gaan dat er klachten over het functioneren van klager als werker binnenkomen (in verschillende meldingsverslagen, in zijn persoonlijke observatiefiche en de observatiefiche van de sectie), en hij hier ook reeds verscheidene keren op werd aangesproken. Er is volgens de klachtencommissie dan ook geen sprake van een schending van het recht van verdediging van klager, zoals hij in zijn klacht stelt. Klager werd immers reeds herhaaldelijk op zijn gedrag aangesproken. De ontslagbeslissing van 21/04/2026 werd voldoende gemotiveerd en laat de gedetineerde toe om te begrijpen waarom hij niet langer als geschikt wordt beschouwd voor de arbeidspost.
De beslissing tot afzetting van werk is dus niet onwettig. De beslissing is daarnaast niet onredelijk of onbillijk. Om deze redenen is de klacht ongegrond.