Ga verder naar de inhoud

KC32/26-0080

Non fondée KC - Turnhout Commission des plaintes Mesure provisoire Disciplinaire
VOORLOPIGE MAATREGEL - TUCHT - GEÏNTERNEERDE - TOEREKENBAARHEID - MOTIVERING

Klager dient klacht in tegen een voorlopige maatregel. De directeur besliste om klager verplicht te laten verblijven in de hem toegewezen verblijfsruimte, alle gevaarlijke en verboden voorwerpen te ontnemen en uit te sluiten van alle activiteiten behoudens de individuele wandeling, individuele geloofsbelijdenis en glasbezoek op basis van de ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid (artikel 145, §1, eerste lid Basiswet). De klachtencommissie meent dat uit de motivering van de voorlopige maatregel voldoende blijkt waarom de interne veiligheid werd aangetast. Klager stelde zich tijdens het gesprek met de directie fysiek agressief op. De klachtencommissie is dan ook van oordeel dat de beslissing tot het opleggen van de voorlopige maatregel in het voorliggend dossier wettig, redelijk en billijk was.

Klager dient klacht in tegen een tuchtbeslissing. De tuchtbeslissing, voor feiten gepleegd ten aanzien van een directielid, werd opgelegd door het inrichtingshoofd. De klachtencommissie stelt aldus vast dat de specifieke bevoegdheidsregel voor het opleggen van een tuchtsanctie voor feiten gepleegd ten aanzien van een directielid gerespecteerd werd. De directie heeft zich voor het bewezen zijn van de feiten gebaseerd op de materiële vaststellingen zoals opgenomen in het RAD. Volgens de klachtencommissie brachten klager en zijn advocaat ter tuchtzitting geen elementen aan die doen twijfelen aan de waarachtigheid van het RAD. De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie de feiten bewezen achtte. De directie motiveert dat ze klager (geïnterneerd) verantwoordelijk acht voor de hem ten laste gelegde feiten, verwijzend naar het gegeven dat uit de verslaggeving (het RAD) en de gesprekken met het personeel, zijnde in de wachtzaal, blijkt dat klager op het ogenblik van de feiten doelgericht handelde, zich bewust was van zijn omgeving en de gevolgen van zijn gedrag. De klachtencommissie oordeelt dat de directie in haar motivering terecht verwijst naar het gedrag van klager op het ogenblik van de feiten. De conclusie die de directie getrokken heeft omtrent de toerekenbaarheid van de feiten gaat de grenzen van de redelijkheid niet te buiten. Hetgeen de directie zegt, vindt ondersteuning in het eigenlijke RAD. Volgens de klachtencommissie voldoet de motivering van de toerekenbaarheid van de feiten aan artikel 144 §6 j° artikel 8 Basiswet. De directie kwalificeerde de feiten als de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee (artikel 129, 1° Basiswet). De klachtencommissie oordeelt dat deze kwalificatie correct is en afdoende gemotiveerd werd. Klager pleegde een inbreuk van de eerste categorie en kreeg de maximumsanctie van 9 dagen strafcel. De klachtencommissie acht de sanctie wettelijk en gelet op de ernst van de feiten, redelijk. De klacht is ongegrond.
Un dossier d'appel a été ouvert avec la référence BC/26-0312