KC32/26-0032
Fondée
Compensation
KC - Turnhout
Commission des plaintes
Fouille à corps
FOUILLE LICHAAM - MOTIVERING - SUBSIDIARITEIT - FOUILLE KLEDIJ
Samengevat heeft klager klacht ingediend tegen al die naaktfouilles omdat hij zich geviseerd voelt dat hij op korte tijd zoveel gecontroleerd wordt. Over de laatste naaktfouille, bij het binnenkomen na zijn uitgaansvergunning, stelt klager dat men geen papieren van de directie had.
In de eerste plaats erkent de klachtencommissie dat een naaktfouille ingrijpend is voor klager. De klachtencommissie stelt vast dat klager op minder dan een maand tijd minstens drie keer onderworpen is geweest aan een naaktfouille. In de regelgeving is er echter geen minimumtermijn bepaald tussen opeenvolgende naaktfouilles. Men mag een naaktfouille opleggen, telkens wanneer er sprake is van individuele aanwijzingen zoals beschreven in de Basiswet. Dat klager recent nog maar onderworpen zou geweest zijn aan een naaktfouille, sluit dus niet uit dat de directie opnieuw rechtmatig een naaktfouille kon opleggen, op voorwaarde dat er sprake was van individuele aanwijzingen. Dat voorgaande naaktfouilles negatief zouden geweest zijn, sluit uiteraard niet uit dat bij een nieuwe naaktfouille niets gevonden kan worden. De klachtencommissie gaat vervolgens na of er individuele aanwijzingen waren om de naaktfouille op 25.01.2026 te rechtvaardigen. Aanleiding voor de celcontrole en de naaktfouille blijkt een indringende geur van vermoedelijk verboden substantie te zijn geweest die uit de cel van klager kwam. Omdat de celgenoot van klager ook een klacht heeft ingediend tegen de naaktfouille die hij ook moest ondergaan, weet de klachtencommissie dat klager de cel dus met minstens nog één gedetineerde deelde. De klachtencommissie heeft aan het klachtenbureau gevraagd of de geurwaarneming werd geregistreerd maar er blijkt geen meldingsverslag te zijn opgemaakt, noch een rapport aan de directeur (RAD). De klachtencommissie kan de aanwijzingen waarvan sprake in de bestreden beslissing bijgevolg niet verifiëren. De klachtencommissie besluit dat de beslissing tot het opleggen van een fouillering op het lichaam van 25.01.2026 niet voldeed aan de voorwaarden uit de Basiswet. Om deze reden is de klacht gegrond.
In de motivering voor de naaktfouille van 12.02.2026 verwijst de directie naar verschillende antecedenten van klager in verband met het bezit van drugs. De klachtencommissie begrijpt dat men klager daarom extra in de gaten hield maar deze antecedenten zijn geen concrete aanwijzingen dat klager op 12.02.2026 in het bezit was van drugs, laat staan dat dit aantoont dat hij deze verstopt had op zijn lichaam. Daarnaast wordt verwezen naar de vondst van drugs in zijn cel naar aanleiding van een celcontrole op 07.12.2025, na zijn terugkeer van een uitgaansvergunning. Gelet op de vernietiging van deze tuchtbeslissing, kon met dit antecedent geen rekening gehouden worden. Tot slot wordt de geurwaarneming van 25.01.2026 vermeld maar aangezien er geen registratie is gebeurd van deze vaststelling, kan hier ook geen rekening mee gehouden worden. Als individuele aanwijzingen blijven dan nog over het feit dat klager gebruik maakt van krukken naar aanleiding van een knieoperatie en het feit dat klager op 12.02.2026 de gevangenis heeft verlaten in het kader van een familiale UV. De klachtencommissie acht het niet onmogelijk dat er drugs verstopt kunnen worden in krukken en dat een uitvoeringsmodaliteit een manier is om drugs in de gevangenis te smokkelen. De klachtencommissie is echter van oordeel dat deze combinatie geen concrete aanwijzing was dat klager bij zijn terugkeer op 12.02.2026 drugs had verstopt op zijn lichaam. Men had de krukken van klager kunnen controleren, hetgeen een minder ingrijpende maatregel was geweest dan een naaktfouille. De klachtencommissie besluit dat niet is gemotiveerd waarom een naaktfouille noodzakelijk was. De klachtencommissie besluit dat de beslissing tot het opleggen van een fouillering op het lichaam van 12.02.2026 niet voldeed aan de voorwaarden uit de Basiswet. Om deze reden is de klacht gegrond.
De aanleiding voor de naaktfouille op 18.02.2026 was opnieuw een geurwaarneming. Over deze geurwaarneming werd wel een meldingsverslag opgemaakt. Het feit dat twee beambten een weedgeur waarnemen ter hoogte van de cel waarin klager verblijft, is volgens de klachtencommissie een concrete individuele aanwijzing dat klager drugs aan het gebruiken was of gebruikt had en dus in het bezit was van verboden substanties, waardoor controlemaatregelen gerechtvaardigd waren. In casu werd een celcontrole en een naaktfouille uitgevoerd om op zoek te gaan naar drugs. De klachtencommissie stelt verder vast dat de directie in de beslissing heeft gemotiveerd waarom een onderzoek aan het lichaam noodzakelijk was aangezien drugs dermate klein kunnen zijn dat deze verstopt worden op plaatsen die tijdens een oppervlakkig onderzoek aan de kledij niet toegankelijk zijn. De klachtencommissie besluit dat de beslissing tot het opleggen van een fouillering op het lichaam van 18.02.2026 voldeed aan de voorwaarden uit de Basiswet. Om deze reden is de klacht ongegrond.
Klager klaagt tenslotte de naaktfouille van 08.03.2026 aan. De directie verklaart echter in haar verweer dat klager die dag niet onderworpen werd aan een naaktfouille. De klachtencommissie heeft geen redenen om te twijfelen aan deze verklaring. Uit het verweer blijkt ook dat klager op 08.03.2026 opnieuw een UV had. De klachtencommissie meent daarom dat klager bij zijn terugkeer in de gevangenis een kledijfouille heeft ondergaan en geen naaktfouille. Anders dan voor een naaktfouille, vereist de Basiswet voor een onderzoek aan de kledij geen schriftelijke gemotiveerde individuele beslissing van de directeur. Een onderzoek aan de kledij mag uitgevoerd worden indien dit noodzakelijk is voor de handhaving van de orde of de veiligheid. De klachtencommissie is van oordeel dat een onderzoek aan de kledij bij binnenkomst van de gevangenis na een uitvoeringsmodaliteit gerechtvaardigd is. Deze mogelijkheid is ook expliciet voorzien in bijlage 1 bij Collectieve Brief nr. 141. Om deze reden is de klacht tegen de kledijfouille van 08.03.2026 ongegrond.
De klachtencommissie kent als tegemoetkoming toe: belkrediet voor zestig (60) minuten tegen het nationaal tarief voor gesprekken naar een vast toestel.
Samengevat heeft klager klacht ingediend tegen al die naaktfouilles omdat hij zich geviseerd voelt dat hij op korte tijd zoveel gecontroleerd wordt. Over de laatste naaktfouille, bij het binnenkomen na zijn uitgaansvergunning, stelt klager dat men geen papieren van de directie had.
In de eerste plaats erkent de klachtencommissie dat een naaktfouille ingrijpend is voor klager. De klachtencommissie stelt vast dat klager op minder dan een maand tijd minstens drie keer onderworpen is geweest aan een naaktfouille. In de regelgeving is er echter geen minimumtermijn bepaald tussen opeenvolgende naaktfouilles. Men mag een naaktfouille opleggen, telkens wanneer er sprake is van individuele aanwijzingen zoals beschreven in de Basiswet. Dat klager recent nog maar onderworpen zou geweest zijn aan een naaktfouille, sluit dus niet uit dat de directie opnieuw rechtmatig een naaktfouille kon opleggen, op voorwaarde dat er sprake was van individuele aanwijzingen. Dat voorgaande naaktfouilles negatief zouden geweest zijn, sluit uiteraard niet uit dat bij een nieuwe naaktfouille niets gevonden kan worden. De klachtencommissie gaat vervolgens na of er individuele aanwijzingen waren om de naaktfouille op 25.01.2026 te rechtvaardigen. Aanleiding voor de celcontrole en de naaktfouille blijkt een indringende geur van vermoedelijk verboden substantie te zijn geweest die uit de cel van klager kwam. Omdat de celgenoot van klager ook een klacht heeft ingediend tegen de naaktfouille die hij ook moest ondergaan, weet de klachtencommissie dat klager de cel dus met minstens nog één gedetineerde deelde. De klachtencommissie heeft aan het klachtenbureau gevraagd of de geurwaarneming werd geregistreerd maar er blijkt geen meldingsverslag te zijn opgemaakt, noch een rapport aan de directeur (RAD). De klachtencommissie kan de aanwijzingen waarvan sprake in de bestreden beslissing bijgevolg niet verifiëren. De klachtencommissie besluit dat de beslissing tot het opleggen van een fouillering op het lichaam van 25.01.2026 niet voldeed aan de voorwaarden uit de Basiswet. Om deze reden is de klacht gegrond.
In de motivering voor de naaktfouille van 12.02.2026 verwijst de directie naar verschillende antecedenten van klager in verband met het bezit van drugs. De klachtencommissie begrijpt dat men klager daarom extra in de gaten hield maar deze antecedenten zijn geen concrete aanwijzingen dat klager op 12.02.2026 in het bezit was van drugs, laat staan dat dit aantoont dat hij deze verstopt had op zijn lichaam. Daarnaast wordt verwezen naar de vondst van drugs in zijn cel naar aanleiding van een celcontrole op 07.12.2025, na zijn terugkeer van een uitgaansvergunning. Gelet op de vernietiging van deze tuchtbeslissing, kon met dit antecedent geen rekening gehouden worden. Tot slot wordt de geurwaarneming van 25.01.2026 vermeld maar aangezien er geen registratie is gebeurd van deze vaststelling, kan hier ook geen rekening mee gehouden worden. Als individuele aanwijzingen blijven dan nog over het feit dat klager gebruik maakt van krukken naar aanleiding van een knieoperatie en het feit dat klager op 12.02.2026 de gevangenis heeft verlaten in het kader van een familiale UV. De klachtencommissie acht het niet onmogelijk dat er drugs verstopt kunnen worden in krukken en dat een uitvoeringsmodaliteit een manier is om drugs in de gevangenis te smokkelen. De klachtencommissie is echter van oordeel dat deze combinatie geen concrete aanwijzing was dat klager bij zijn terugkeer op 12.02.2026 drugs had verstopt op zijn lichaam. Men had de krukken van klager kunnen controleren, hetgeen een minder ingrijpende maatregel was geweest dan een naaktfouille. De klachtencommissie besluit dat niet is gemotiveerd waarom een naaktfouille noodzakelijk was. De klachtencommissie besluit dat de beslissing tot het opleggen van een fouillering op het lichaam van 12.02.2026 niet voldeed aan de voorwaarden uit de Basiswet. Om deze reden is de klacht gegrond.
De aanleiding voor de naaktfouille op 18.02.2026 was opnieuw een geurwaarneming. Over deze geurwaarneming werd wel een meldingsverslag opgemaakt. Het feit dat twee beambten een weedgeur waarnemen ter hoogte van de cel waarin klager verblijft, is volgens de klachtencommissie een concrete individuele aanwijzing dat klager drugs aan het gebruiken was of gebruikt had en dus in het bezit was van verboden substanties, waardoor controlemaatregelen gerechtvaardigd waren. In casu werd een celcontrole en een naaktfouille uitgevoerd om op zoek te gaan naar drugs. De klachtencommissie stelt verder vast dat de directie in de beslissing heeft gemotiveerd waarom een onderzoek aan het lichaam noodzakelijk was aangezien drugs dermate klein kunnen zijn dat deze verstopt worden op plaatsen die tijdens een oppervlakkig onderzoek aan de kledij niet toegankelijk zijn. De klachtencommissie besluit dat de beslissing tot het opleggen van een fouillering op het lichaam van 18.02.2026 voldeed aan de voorwaarden uit de Basiswet. Om deze reden is de klacht ongegrond.
Klager klaagt tenslotte de naaktfouille van 08.03.2026 aan. De directie verklaart echter in haar verweer dat klager die dag niet onderworpen werd aan een naaktfouille. De klachtencommissie heeft geen redenen om te twijfelen aan deze verklaring. Uit het verweer blijkt ook dat klager op 08.03.2026 opnieuw een UV had. De klachtencommissie meent daarom dat klager bij zijn terugkeer in de gevangenis een kledijfouille heeft ondergaan en geen naaktfouille. Anders dan voor een naaktfouille, vereist de Basiswet voor een onderzoek aan de kledij geen schriftelijke gemotiveerde individuele beslissing van de directeur. Een onderzoek aan de kledij mag uitgevoerd worden indien dit noodzakelijk is voor de handhaving van de orde of de veiligheid. De klachtencommissie is van oordeel dat een onderzoek aan de kledij bij binnenkomst van de gevangenis na een uitvoeringsmodaliteit gerechtvaardigd is. Deze mogelijkheid is ook expliciet voorzien in bijlage 1 bij Collectieve Brief nr. 141. Om deze reden is de klacht tegen de kledijfouille van 08.03.2026 ongegrond.
De klachtencommissie kent als tegemoetkoming toe: belkrediet voor zestig (60) minuten tegen het nationaal tarief voor gesprekken naar een vast toestel.