Ga verder naar de inhoud

KC32/26-0014

Non fondée KC - Turnhout Commission des plaintes Mesure provisoire Mesure de sécurité particulière Mesure d'ordre
VOORLOPIGE MAATREGEL - BIJZONDERE VEILIGHEIDSMAATREGEL - ORDEMAATREGEL - BEZOEK

Klager heeft een klacht ingediend tegen de voorlopige maatregel, de BVM en de ordemaatregel glasbezoek die werden opgelegd. Hij is het niet eens met die beslissingen omdat hij tijdens de wandeling in elkaar geslagen is en hij dus slachtoffer is maar alsnog werd hij gestraft.

Op basis van de eerste vaststellingen door het personeel, blijkt duidelijk dat de interne veiligheid ernstig was aangetast en dat klager hierbij betrokken was. De klachtencommissie is van oordeel dat de directie terecht heeft beslist om ook aan klager een voorlopige maatregel op te leggen teneinde in de eerste plaats alle betrokken partijen af te zonderen van elkaar zodat nieuwe confrontaties vermeden konden worden om daarna in alle veiligheid de ware toedracht van het incident te onderzoeken. De voorlopige maatregel werd dus niet als straf opgelegd aan klager maar als bewarende maatregel. De omstandigheid dat na zorgvuldig onderzoek is gebleken dat klager het slachtoffer was van de vechtpartij, doet geen afbreuk aan de noodzaak om de gemoederen in eerste instantie te bedaren en de algemene veiligheid en orde te waarborgen.

De directeur besliste in eerste instantie om een tuchtprocedure op te starten ten aanzien van klager. Klager werd in dit kader gehoord door de directie. Uit de tuchtbeslissing blijkt dat de directie van oordeel was dat klager deelnam aan een enorme vechtpartij waarbij ernstige gewonden zijn gevallen maar dat zij niet had vastgesteld dat klager zelf slagen heeft uitgedeeld waardoor zij hem heeft erkend als slachtoffer en zij dus geen tuchtsanctie heeft opgelegd. De directie heeft daarentegen wel een BVM opgelegd. Klager werd gedurende zeven dagen uitgesloten van deelname aan alle gemeenschappelijke activiteiten om klager te scheiden van (bepaalde) medegedetineerden en alzo te voorkomen dat het tijdens een gemeenschappelijke activiteit opnieuw tot ernstige fysieke agressie komt. De klachtencommissie is van oordeel dat de directie de ernstige aanwijzingen voor een gevaar voor de orde en de veiligheid zorgvuldig en uitgebreid heeft vermeld in haar beslissing en dat de opgelegde BVM gerechtvaardigd was in die gegeven omstandigheden. Op basis van dezelfde motivering heeft de directie ook een ordemaatregel opgelegd waardoor klager gedurende dezelfde periode als de BVM beperkt was tot glasbezoek. Aangezien klager tijdens het tafelbezoek ook in contact zou kunnen komen met rivaliserende medegedetineerden, is de klachtencommissie van oordeel dat de beslissing van de directie om klager gedurende een week niet toe te laten tot het gemeenschappelijk tafelbezoek maar wel tot het individueel glasbezoek, wettig was en gerechtvaardigd. Deze maatregel is bovendien proportioneel omdat klager desondanks de ordemaatregel wel nog steeds zijn bezoekers kon ontvangen.

Om deze redenen zijn de klachten ongegrond.